Home » Posts tagged 'Triple Helix'

Tag Archives: Triple Helix

Kennis krijgt Kracht

‘Back to basics’: Triple Helix (NL versie)

Iedereen heeft wel een bepaald gevoel bij de term ‘back to basics’. Mensen denken hierbij bijvoorbeeld aan: terug naar het begin, terug naar de natuur, terug naar de basis of overnieuw beginnen.

‘Back to basics’ geeft aan dat er in het verleden een ontwikkeling is geweest die destijds veel goeds heeft betekend voor veel mensen. ‘Back to basics’ geeft ook aan dat de oorspronkelijke ontwikkeling wat op de achtergrond is geraakt of overvleugeld door allerlei andere ontwikkelingen.

Gelukkig herinnert het collectieve geheugen ons er aan dat de oorspronkelijke beweging een goede is geweest. En tenslotte is er kennelijk een goede reden of aanleiding om terug te grijpen naar de ontwikkeling van destijds.

Triple Helix model

In een aantal artikelen dat ik recent las werd regelmatig gerefereerd naar het artikel van Etzkowitz en Leydesdorff, “The dynamics of innovation: from National Systems and “Mode 2” to a Triple Helix of university-industry-government relations”. Zij hebben in dit artikel de basis gelegd voor het huidige denken over de samenwerking van overheid, onderwijs en ondernemers.

Zonder volledig te willen zijn wil ik dit model (de ontwikkeling uit het verleden) hier nog eens doornemen (en daarmee in feite ‘back to basics’ gaan) met als doel begrip te ontwikkelen voor veel van de huidige ontwikkelingen in onze kenniseconomie.

3 partijen

Het Triple Helix model is gebaseerd op de samenwerking van 3 partijen, met tussen haakjes een korte beschrijving van het primaire doel van die partij:

  1. Overheid (het uitoefenen van wetgevende controle)
  2. Onderwijs (‘productie’ van nieuwe kennis)
  3. Ondernemers (genereren van economische groei en voorspoed)

In het Triple Helix model werken deze 3 partijen samen en dit is gevisualiseerd in de afbeelding.

Het mooie is dat door de samenwerking het synergie effect zijn werk doet. Synergie ontstaat door de samenwerking tussen steeds 2 van bovenstaande partijen en uiteraard de samenwerking van alle 3 partijen tegelijkertijd. Deze samenwerkingsverbanden zijn als volgt te benoemen en te karakteriseren:

  1. Overheid – Onderwijs: kennis infrastructuur. Partijen werken samen om een infrastructuur te ontwikkelen waarin een ieder op optimale manier kennis kan ontwikkelen. Overheid investeert een aanzienlijk deel van haar budget in onderwijs. En onderwijs zorgt niet alleen voor nieuwe kennis; ook in de overdracht van kennis aan studenten wordt veel geïnnoveerd.
  2. Overheid – Ondernemers: politieke economie. In deze context gaat het om het scheppen van een optimaal ondernemersklimaat waarin alle ruimte ontstaat voor innovatie en duurzame ontwikkelingen. De overheid faciliteert, probeert regelgeving te vereenvoudigen. Door afdracht van belastingen kan de overheid op haar beurt weer investeren in met name onderwijs.
  3. Onderwijs – Ondernemers: innovatie. Door gebruik van kennis ontstaan in samenwerking met hoger onderwijs (research) is het bedrijfsleven in staat te innoveren en de uitwerking daarvan (development) om te zetten in economische ontwikkeling en groei.
  4. Daar waar onderwijs – overheid – ondernemers samenwerken ontstaan de voorwaarden voor een op kennis gebaseerde economie. Hier werkt (de zogenaamde ‘sweet spot’) de synergie in optima forma. Het resultaat is uiteraard veel meer dan de som der delen.

Het Triple Helix model is in de wetenschap verder ontwikkeld. Vooral de rol van het hoger onderwijs krijgt veel aandacht en er wordt dan bijvoorbeeld gesproken over de tweede academische revolutie. De eerste ging over het toevoegen van het doen van onderzoek aan de eigenlijke opdracht van universiteiten, kennisoverdracht. De tweede is het toevoegen van de opdracht kennis om te zetten in economische ontwikkeling (gesproken wordt over de ondernemende universiteit).

Niet alleen het hoger onderwijs onderzoekt en publiceert verder op basis van dit model; de overheid en ondernemers hebben hun verantwoordelijkheid genomen en het Triple Helix model op een praktische manier ingevuld. De overheid door te faciliteren in de ruimste zin van het woord en ondernemers door de handschoen op te pikken en veel energie te steken in Research & Development. Dit alles met duurzame economische ontwikkeling als doelstelling.

Triple Helix Conference

De wetenschap rondom het Triple Helix model wordt elk jaar gedeeld op de Triple Helix Conference die in 2013 werd gehouden in London. De papers die gepresenteerd werden staan keurig gerangschikt op de site van het Big Innovation Centre. Tenslotte wordt de conferentie volgend jaar gehouden in Tomsk, Rusland.

Innoveer met succes: betrek de ‘klant’

Samenwerking tussen onderwijs, overheid en ondernemers met als doel op een bepaald terrein nieuwe stappen te zetten heeft meer kans van slagen wanneer de direct betrokken partij, de ‘klant’ deel uitmaakt van het overleg.

Het recent verschenen, uitstekende, rapport Verkenning technologische innovaties in de leefomgeving (januari 2015) van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur pleit voor een grote betrokkenheid van de burger bij het realiseren van technologische ontwikkelingen. Zoals de naam van het rapport al aangeeft gaat het om innovaties die een grote impact kunnen hebben op de directe leefomgeving. Dan lijkt het logisch de (in dit geval) burger daar bij te betrekken maar het gebeurt vaak dat overheden inhaken op nieuwe ontwikkelingen zonder daarbij voldoende rekening te houden met wat dit betekent voor de burger, en welke invloed het heeft.

Onderzoeksresultaten

Vaak wordt de klant ‘vertegenwoordigt’ middels resultaten van uitgebreide onderzoeken. Dat is wel voldoende om een beeld te krijgen van de status quo. Maar het uitwerken van voorstellen en ontwikkelingen brengt weer nieuwe inzichten naar voren waarop de burger (of maatschappelijke organisaties die de burger vertegenwoordigen) ook weer zal willen reageren. Interactiviteit bevordert het proces van acceptatie, meer nog dan het eenzijdig ontwikkelen van plannen. De acceptatie is hoger omdat men voelt dan er rekening wordt gehouden met de mening van zichzelf als ‘klant’. Met ‘klant’ kunnen natuurlijk vele andere soorten van belanghebbenden worden bedoeld.

Acceptatie van produkt

Als het gaat om acceptatie door de ‘klant’ is het belangrijk dat het resultaat past in de belevingswereld, dat het voorziet in een behoefte en dat het technologisch in orde is. Maar vaak gaat het verder dan dat. Het heeft vaak invloed op wat men belangrijk vindt. Belangrijk in de zin van wat men van zichzelf wil prijsgeven, hoe men met elkaar omgaat, waaraan men prioriteit geeft.

Rekening houden met

In bovenstaande rapport worden een aantal ‘zachte’ factoren genoemd die niet alleen betrekking hebben op innovaties in de leefomgeving maar generiek van toepassing zijn:

  • Zo zijn waarden die belangrijk zijn voor burgers aan verandering onderhevig. Onze waarden (enkele voorbeelden zijn: veiligheid, gelijkheid, creativiteit, beleefdheid) zijn geen vaststaand gegeven: ze worden beïnvloed door het dagelijks leven en door het gebruik van technologieën. Mensen en technologie vormen elkaar over en weer.
  • Door technologische veranderingen veranderen waarden ongemerkt soms sneller dan waarmee rekening wordt gehouden. Zo is het heel gewoon geworden een nieuw account aan te maken bij weer een andere aanbieder terwijl kortgeleden daarmee onze privacy in het geding zou komen.
  • Ook komen er morele vragen aan de orde die debat tussen partijen noodzakelijk maken. Introductie van nieuwe technologieën resulteert vaker in langdurige discussie over de invloed op onze waarden dan voorheen, ook weer dankzij nieuwe technologieën (sociale media) zelf.
  • Verder moet er worden nagedacht over het effecten van technologische ontwikkelingen op de ruimtelijke ordening en infrastructuur. De OV-chipkaart regelt niet alleen het betalen van een reis van A naar B maar ook toegang tot perron’s en daarmee de inrichting van stations.
  • Tenslotte zijn transparantie, toegankelijkheid en privacy fundamentele waarden die, los van welke ontwikkeling dan ook, door de overheid gewaarborgd moeten worden.

Schaliegas

Denk bij alle bovenstaande factoren maar eens aan de discussie rondom winning van schaliegas. Enerzijds is de energie die met schaliegas wordt gewonnen belangrijk voor de economische ontwikkeling. Anderzijds heeft het een enorme impact op de leefomgeving, zeker als het bij jou in de ‘achtertuin’ wordt gewonnen. Het laatste woord is hier zeker nog niet over gezegd.

Invloed technologische ontwikkelingen

Een aantal van bovengenoemde factoren spelen alleen in dit voorbeeld. Maar de meeste van zijn van toepassing op allerlei gebied: gezondheidszorg, voeding, mobiliteit, energie, innovatie, leefbaarheid, enz.

Bovengenoemd rapport Verkenning technologische innovaties in de leefomgeving heeft een aantal thema’s verder uitgediept. Er wordt uitgebreid stilgestaan bij de invloed van innovaties doorbraaktechnologieën op het terrein van gezonde voeding, slimme gebouwen en efficiënte mobiliteit.

Triple Helix wordt Quadruple Helix (QH)

In de literatuur wordt overleg en samenwerking tussen vier partijen al gauw QH genoemd. Maar verschillende studies geven aan dat er geen eenduidigheid is over wie de vierde partner is. De kern blijft dan ook het Triple Helix model waarbij, afhankelijk van het onderwerp of probleem, de ‘klant’ als vierde partij kan worden toegevoegd.

Versnellen van groei en innovatie? Funding… maar ook training!

Veel MKB bedrijven doen een beroep op innovatie- en/of stimuleringsfondsen. Terecht, want vaak is de technologische kennis voor een nieuw produktidee wel aanwezig (vaak sterk ontwikkeld) maar schiet het financiële vermogen te kort om de noodzakelijke investeringen te doen voor produktontwikkeling of de inrichting van de produktie.

Maar behalve financiële kennis is er bij kleine bedrijven vaak ook een tekort aan, noem het maar, zakelijke kennis.

Rendement op investering

Want het onderzoek “Accelerating Innovation and Growth” van Innovate UK (een Britse overheidsinstelling die financiele ondersteuning middels fondsen beoordeelt en toewijst) toont aan dat het rendement van de investering die uiteindelijk met behulp van gedaan wordt veel hoger is wanneer deze wordt aangeboden in combinatie met training van ondernemersskills en/of coaching voor de ondernemer.

De ondersteuning van een ondernemerscoach of een aantal gerichte cursussen leiden tot verandering in de houding, het gedrag van de ondernemer en daardoor in de performance van de onderneming. Zo groeide de omzet van de onderzochte bedrijven gemiddeld met 26% meer dan bij bedrijven die geen coaching of training ontvingen. Ook wisten kleine bedrijven bovengemiddeld meer nieuwe arbeidsplaatsen te creëren.

accelarting growth and innovation

Ook hebben deze bedrijven veel meer vertrouwen in hun capaciteiten gekregen en daardoor benutten daardoor beter het potentieel binnen het bedrijf. Tenslotte blijkt dat veel ondernemers door het volgen van training of coaching hun netwerk aanzienlijk hebben kunnen uitbreiden, met aantoonbare nieuwe kansen voor hun onderneming

Fondsen in combinatie met ondersteuning

In de UK heeft dit geleid tot het standaard aanbieden van een aantal services voor MKB bedrijven wanneer er fondsen worden toegekend:

  • Het deelnemen aan coachings- of mentortrajecten en/of training in ondernemers vaardigheden.
  • Online diagnose van een bedrijf.
  • In de training worden aspecten behandeld als: het ontwikkelen van een businessmodel, verkoop, strategische marketing, financiering, leiderschap en verandermanagement.

Wat betekent dit voor bedrijven?

Het onderzoek toont aan dat goede zakelijke kennis het rendement van een investering in een nieuw produkt aanmerkelijk verbeterd, zeker bij kleine bedrijven. Het bewust alloceren van een deel van het budget aan coaching of training is dus zeker aan te bevelen. De training moet er dan niet maar een beetje bijgedaan worden maar bewust worden ingezet worden.

… en voor onderwijs en opleidingsinstituten?

Er zijn kansen door opleidingen en cursussen aan te bieden aan het MKB, in combinatie met toegekende fondsen voor specifieke investering. Het is dus zaak in contact te staan met instellingen die zich bezighouden met beoordelen van aanvragen en toekennen van fondsen. Een proactieve benadering biedt zeker kansen.

En tenslotte voor de overheid?

Bij het toekennen van fondsen uit stimuleringsprojecten of innovatiefondsen kan gevraagd worden een % van het bedrag te besteden aan coaching of training van de ondernemers. Dit aspect kan al worden meegenomen in het begin van de aanvraag waarbij de ondernemer op voorhand moet aangeven hoe dit wordt ingevuld. Vaak wordt alle energie gestoken in het technische traject en de noodzakelijke financiering die daarvoor nodig is. Scholing komt vaak alleen aan bod in technische zin, vaardigheden die nodig zijn in het proces van produkt ontwikkeling of produktie. Waar het hier om gaat zijn de ‘soft’ ondernemersvaardigheden.

Onbekendheid

Opmerkelijk is dat hetzelfde onderzoek aantoont dat ondernemers vaak niet onderkennen dat ze training nodig hebben (‘niet bekend met wat niet bekend is’), of ze weten niet dat er specifieke trainings- of coachingsmogelijkheden zijn. Dit leidt in eerste instantie tot terughoudendheid in het volgens van een opleidingstraject. Maar nadat de eerste stap is gezet, ziet men het belang er van in en is men van plan in de toekomst vaker ondersteuning te zoeken.

Verder blijkt dat het niet uitmaakt of de ondersteuning wordt gegeven in de vorm van coaching of mentoring waarbij de ondernemer actief wordt begeleid of in de vorm van training van ondernemersvaardigheden.

Triple Helix’ ‘sweet spot’

Een op kennis gebaseerde economie is dus meer dan alleen het omzetten van technologische kennis in innovatieve nieuwe produkten. Het is misschien nog meer het op het juiste moment (het moment waarop er echt geinvesteerd gaat worden) ontwikkelen van ondernemers kennis waardoor de kans op succes en het rendement op de investering toeneemt.

Overheid (als verstrekker van fondsen), onderwijs (als bron van kennis) en ondernemers (waar de investering wordt omgezet in groei en werkgelegenheid) werken op dat moment samen op de best mogelijke manier.

 

Eigenschappen van een ondernemende regio *

Op basis van een vijftal fases beschrijft Etzkowitz de ontwikkeling van Silicon Valley, vanaf haar ontstaan tot heden, met als doel aan te geven welke factoren bepalend zijn geweest voor het succes van Silicon Valley. Maar ook welke de voorwaarden zijn voor verder succes van Sillicon Valley in de toekomst. Mijn doel is deze eigenschappen als ‘instrumentarium’ op een rijtje te zetten om daarmee inzicht te krijgen welke aspecten een rol spelen in ondernemende regio’s in Nederland in het algemeen en die bij u in de buurt in het bijzonder.

Stanford University

Zeer bepalend voor het succes is de aanwezigheid van Stanford University geweest, met in haar genen het creëren en delen van wetenschappelijke kennis. Zij heeft als strategie een entrepreneurale universiteit te willen zijn en zich te verbinden met overheid en bedrijven.  Silicon Valley is daardoor gaan groeien en uiteindelijk een innovatie-hub geworden dat talent en technologie van buiten de regio aantrekt. Aspecten die daartoe hebben bijgedragen zijn:  zelf opgeleide academische ondernemers, mede door overheid gesteunde R&D, het aantrekken van venture capital, en het ontstaan van industrie die op haar beurt weer investeert in academisch onderzoek.

Silicon Valley (en elke andere kennis regio) heeft zich ontwikkeld langs de volgende 5 fases:

1 Ontstaan

Binnen Stanford University ontwikkelde zich regeneratieve kennis over het steeds weer afsplitsen en opbouwen van start-ups. Er ontstond een regionale innovatie cultuur met veel kleine bedrijven en onafhankelijke uitvinders. Maar ook belangrijk was de schaal van de toegezegde overheidsinvesteringen in R&D. Amerika kenmerkt zich door het bestaan van enkele zeer grote overheidsinstellingen die enorme geldbedragen in onderzoek steken. Nasa is daarvan een voorbeeld maar ook Defensie.

2 Samenvoeging

Het al bestaande proces van het genereren van start-ups wordt versneld door meer samenwerking tussen universiteit, overheid en bedrijven. Sociaal, intellectueel en financieel kapitaal worden samengevoegd om het proces te accelereren. Drijfveren worden: reputatie, vakmanschap en de wens nieuwe technologieën uit te vinden. De academische werkhouding, doorgaan totdat er een oplossing is gevonden voor een probleem, wordt gemeengoed. Er wordt niet gerust voordat een project wordt opgeleverd. Vandaag de dag vertaald dit zich bijvoorbeeld in Hackatons waarbij 48 uur achtereen wordt gewerkt om bijvoorbeeld een app te ontwikkelen.

3 Uitbreiding

Het ontstaan van nieuwe bedrijven bereikt een kritische massa. Er ontstaan diverse innovatie clusters (elk een interactieve groep van startende bedrijven) die groeien, terugvallen en soms weer opbloeien. Ervaren ondernemers begeleiden startende ondernemers. Kennis wordt op peil gehouden met de inbreng van geavanceerde academische kennis. Binnen de universiteit worden Technology Transfer afdelingen opgezet om de kennisstroom te sturen en verzilveren.

4 Uitbloei

Teruggang in een cluster wordt gecompenseerd door groei in een andere. Clusters maken gebruik van cross-overs tussen technologische gebieden. Silicon Valley wordt een plek waar ambitieuze ondernemers, nieuwe technologieën en ideeën naar toe stromen.

Er ontstaan ook krachten die de ontwikkeling van de regio ondermijnen: het op afstand houden van de overheid, geen sturing vanuit een centraal punt, ieder lijkt zijn gang te gaan.

5 Vernieuwing

Binnen het innovatieve ecosysteem wordt iedereen afhankelijk van elkaar: advocaten, accountants, head-hunters, venture capitalists, business angels en nieuwe ondernemers. Vernieuwing is noodzakelijk en kan volgens Etzkowitz op 2 manieren worden bereikt: 1) continue toestroom van nieuw ‘menselijk kapitaal’ vanuit de academische opleiding en 2) overheids- en bedrijfsinvesteringen in R&D. Vooral de overheid als ‘inkoper’ van kennis blijft belangrijk.

Tenslotte

Een op kennis gebaseerde economische ontwikkeling van een regio is afhankelijk van de inbreng van eigen onderzoek. Teveel afhankelijk zijn van externe bronnen van menselijk en intellectueel kapitaal kan het vermogen van de regio om zichzelf steeds te vernieuwen middels het voortbrengen van start-ups, ondermijnen. Volgens Etzkowitz is de sleutel voor een succesvolle ondernemende regio het voortbrengen van menselijk kapitaal en investeringen in R&D in een institutionele infrastructuur die zich kenmerkt door transparante academische grenzen tussen overheid, onderwijs en bedrijven. En de samenwerking tussen de 3 partijen kenmerkt zich door hoge mate van interactiviteit. Dit alles vraagt een visie die op langere termijn resultaat levert en blijft leveren.

 

*) Deze column is gebaseerd op het artikel “Silicon Valley at risk? Sustainability of a global innovation Icon”, Etzkowitz H., Social Science Information, December 2013 vol. 52 no. 4 515-538

Kennis krijgt Kracht. Waarom?

Afgelopen weekend heb ik in één keer het boek van Simon Sinek, Start with Why, uitgelezen. Conclusie: het is van essentieel belang het waarom van je onderneming uit te kunnen leggen. Voor jezelf. Maar belangrijker nog – voor je volgers,  je klanten, je omgeving. Des te meer je verhaal aanspreekt, des te beter je het kunt uitleggen, hoe waardevoller je bent voor je omgeving. Je ‘scoort’ niet als je alleen maar doet. Je scoort vooral als je kunt uitleggen waarom je het doet.

Welke opdrachtgever of werkgever durft met je in zee te gaan als je het waarom van je onderneming niet kunt uitleggen? Daarbij gaat het verder dan alleen simpel te zeggen wat je verkoopt of aanbiedt. Volgens Sinek kopen mensen uiteindelijk het ‘waarom’ van je onderneming. Of anders gezegd, bedrijven met een duidelijk ‘waarom’ zijn succesvoller dan bedrijven die de nadruk leggen op ‘wat we doen’.

Als het waarom duidelijk is, en men gelooft er in dan komt dit de relatie met je netwerk ten goede. Deelt men je visie, en kun je dit steeds bevestigen met wat je doet dan kan dit zowel een bron van inspiratie zijn voor je netwerk als resulteren in loyaliteit aan jouw onderneming en aan jou als persoon.

Als je gaat voor een ‘goede zaak’, voor zingeving ga je niet alleen voor inspiratie en loyaliteit maar zul je mogelijk zelfs een gevoelige snaar weten te raken.

Dit zijn de redenen waarom ik heb besloten mij met Kennis krijgt Kracht te profileren.

Allereerst heb ik als HBO’er vele jaren met veel plezier gewerkt met wetenschappers. Stuk voor stuk mensen die tot de top behoren in hun wetenschapsveld. Niet alleen potentiële maar ook daadwerkelijk Nobelprijs winnaars. En het meest bijzondere: wetenschappers zijn erudiete mensen die graag hun werk maar ook hun persoonlijke interesses met je delen.

Wetenschap (=kennis) is bijna synoniem aan optimisme. De mensheid heeft veel aan wetenschap te danken. En de wetenschap heeft nog veel in petto. Kijk naar de Singularity University van Peter Diamandis. Of neem als voorbeeld de lezing van Bert Weckhuysen tijdens de recente TedxBinnenhof happening. Volgens hem ligt een oplossing voor het CO2 probleem in het verschiet. Ook de andere presentaties zaten vol optimisme.

Kennis is een schone zaak. Je kunt er op veel manieren naar kijken: filosofisch, wetenschappelijk, enz. De uitleg is bijna altijd positief. Neem bijvoorbeeld deze: kennis is het vermogen om informatie om te kunnen zetten in kwalitatief goede beslissingen.

Kennis is aanwezig in de persoon die het bezit. Maar kennis krijgt pas betekenis wanneer het gedeeld wordt met anderen. Sterker nog, door kennis met anderen te delen, neemt kennis toe. Niet alleen kennis uitwisselen maar meer kennis ontwikkelen door kennis met elkaar te delen. Kennis krijgt Kracht door samenwerking en uitwisseling.

Hier wil ik mee aan de slag. Ik wil graag kennis mee helpen ontwikkelen op het raakvlak van onderwijs, overheid en ondernemers (O3, Triple Helix). Daar wordt kennis ontwikkeld voor innovatie, groei en regionale ontwikkeling. En in toenemende mate om maatschappelijke problemen aan te pakken.

Een extra dimensie is de regio waarin die kennisuitwisseling plaatsvindt. Enerzijds werk ik bij voorkeur internationaal. Internationale samenwerking is goed voor nationale en regionale ontwikkeling. Anderzijds geeft dat de kans, een extra stimulans om aan de slag te gaan voor je eigen woonomgeving, waar dat ook is.

Kortom

Ik hoop dat het waarom van mijn keuze voor kennis als vakgebied, en Kennis krijgt Kracht als de manier om hier mee aan de slag te gaan, jou, en velen met jou, aanspreekt. Niet omdat ik het aan je ‘verkoop’ maar omdat je er in kunt vinden.

Sinek zegt daarover: “vertel mensen waarom je doet wat je doet en opvallende dingen gebeuren.” Door het vervolgens te vertalen in How (Kennis krijgt Kracht als zaak opbouwen) en What (aannemen en uitvoeren van opdrachten of werk) geef je daadwerkelijk invulling aan je waarom.

Misschien is mijn ultieme waarom om op deze manier bij te dragen aan een betere wereld voor mezelf, mijn gezin, mijn familie en vrienden, en eigenlijk voor iedereen.

Vandaar tot slot een passende quote van Wubbo Ockels: “We are all astronauts on spaceship Earth

 

@simonsinek, @singularityu, @PeterDiamandis, @TEDxBinnenhof, @Ockels

Na de verkiezingen: het beleid in uw gemeente

De verkiezingen zijn achter de rug. Colleges worden gevormd en straks komen nieuwe plannen voor de komende vier jaar. Maar waarop worden nu de beleidsplannen van de gemeenteambtenaren gebaseerd?

Binnen het raakvlak ondernemers, onderwijs en overheid staat Triple Helix1 voor alle interactie tussen die drie partijen met als doel het bevorderen van onderzoek, innovatie, economische concurrentiekracht en groei. In een vorige column heb ik al stilgestaan bij de oorsprong van het denken over samenwerking tussen deze 3 partijen. Als de Triple Helix wordt voorgesteld als een driehoek met een van de partijen op elke punt spreekt het voor zich dat er ook duale samenwerkingsverbanden zijn. De kern van de zaak ligt in dat geval in de relatie tussen twee partijen. In deze column besteedt ik aandacht aan de drie duale vormen van samenwerking. Voor de goede orde: in de netwerkeconomie spreekt het voor zich dat de derde Triple Helix partij toch altijd wel op een of andere manier betrokken zal zijn, zij het minder zichtbaar.

1)      “Knowledge Transfer Partnerships” tussen onderwijs en ondernemers (KTP)

Dit gaat over valorisatie van kennis of technologie. Een KTP kan zich op verschillende manieren manifesteren. Zo kan vanuit beide partijen gewerkt worden aan Research & Development. Er kan kennis te gelde worden gemaakt middels licentie’s of patenten. Maar er kan ook gedacht worden aan spin-offs waarbij kennis vanuit de universiteit in samenwerking met de partners wordt omgezet in nieuwe bedrijven. Op grotere schaal kun je vervolgens denken aan accelerators waarbij ideeën versneld in produkten worden uitgewerkt, of science parks.

Drie belangrijke factoren blijken nodig voor succesvolle KTP’s.

  • Ten eerste, het is een samenwerking waar kosten mee gemoeid zijn. Ook kost het moeite en tijd om het te laten werken.
  • Ten tweede is het een ‘contactsport’, het werkt het beste wanneer mensen elkaar ontmoeten om ideeën uit te wisselen, en nieuwe kansen te ontdekken.
  • Ten derde, het heeft praktische, tijdige en actieve steun nodig op institutioneel niveau – zowel binnen het bedrijf als de universiteit – en heeft baat bij een cultuur van openheid.

Overheid

De rol die in eerste instantie wordt bedacht voor de overheid is die van een sturend, regelgevend orgaan. Met beleid op allerlei gebied bepaalt de politiek de kaders waarbinnen moet worden gewerkt. En om te handhaven wordt dit vastgelegd in regels. Maar de relatie tussen overheid en ondernemers of onderwijs kan ook anders. In termen van samenwerking.

2)      Publiek-Private samenwerking tussen overheid en ondernemers

Op allerlei terreinen probeert de overheid haar doelstellingen te realiseren door (tijdelijke) samenwerking met het bedrijfsleven aan te gaan. Vaak met als doel de traditionele aanbesteding te ‘omzeilen’ en met de partners op een creatieve manier te kunnen samenwerken. En dat is dan nodig omdat er naast het directe belang van het realiseren van een gezamenlijk project ook een maatschappelijk doel gerealiseerd moet worden. Zo kan het zijn dat een renovatieproject in een bestaande, oude wijk zodanig invloed heeft op de leefomgeving dat een eenvoudige gunning van het project aan een aannemer niet recht zou doen aan de complexiteit van de situatie. Sterker nog, het bedrijfsleven zal er baat bij hebben zich als team van bedrijven te profileren om zodoende alle kennis binnen huis te kunnen hebben. Er wordt meestal gekozen om voor de uiteindelijke realisatie van een project alle partijen bijeen te brengen in een semi-permanente publiek-private samenwerking.

3)      Kennisintensieve beleidsontwikkeling (onderwijs en overheid)

En toen ontving ik de uitnodiging voor het Kennis en Beleid Congres 2014. Volgens de organisatie, ScienceWorks, wordt wetenschappelijke kennis minstens zoveel benut bij ministeries, provincies en gemeenten, als voor patenten, startups en technologische innovatie. Het congres heeft als thema Kennisintensieve Beleidsontwikkeling in de Praktijk. Eigenlijk is er niets nieuws onder de zon. Of kennis nu wordt ingezet voor bedrijven of voor de overheid, daar zit geen verschil in. Natuurlijk wel in de doelstelling van de ontvanger van de kennis of het type kennis. Het achterliggende verdienmodel zal voor de kennisinstelling uiteraard ook anders zijn. Op het congres wordt stilgestaan bij Interne Organisatie van Kennisintensief Beleid en Effectief Gebruik van Externe Kennis.

Wat betreft punt 3 wil ik u de column van het Rathenau instituut niet onthouden, dat toevallig deze week verscheen en gaat over gebruik van wetenschappelijk kennis voor het bepalen van beleid op grote maatschappelijke vraagstukken. Zoals klimaatverandering.

Wel iets anders dan gebruik van kennis voor het bepalen van beleid op lokaal niveau. Maar dat is net zo belangrijk. We zijn er tenslotte weer voor naar de stembus geweest.

The Triple Helix Association

Internationalisering en innovatie

Met mijn achtergrond ben ik benieuwd naar de internationale context wanneer het gaat om samenwerking tussen partijen, met als doel kennisuitwisseling, valorisatie, innovatie en economische ontwikkeling. Internationalisering is meer dan alleen export. Ook import en buitenlandse investeringen doelen op internationalisering. Maar volledige internationalisering duidt erop dat alle taken binnen een bedrijf ook internationaal (kunnen) worden uitgevoerd. R&D is daar een goed voorbeeld van.  Om de juiste of beste kennis binnen te halen is het nodig over de grenzen te kijken.

5 o’s

Het ‘Triple Helix’ model zoals ik dat in een vorige column besprak kent de drie dimensies overheid, onderwijs en ondernemers maar spreekt verder niet expliciet over internationalisering. Het model wordt tegenwoordig uitgebreid naar 5 o’s. Bijvoorbeeld onderzoek en (maatschappelijke) organisaties worden als poot aan het model toegevoegd. Maar nog steeds blijft het een tweedimensionaal model waarin één of twee elementen meer een rol spelen. Internationalisering zou een extra, derde dimensie aan het ‘Triple Helix’ model kunnen geven.

Correlatie internationalisering en innovatie

Literatuurstudie geeft aan dat er onderzoek is gedaan naar het verband tussen innovatie systemen en internationalisering. Een onderzoek van Kafouros1 in de UK geeft aan dat niet alleen de grootte van een bedrijf en technologische mogelijkheden maar ook de mate van internationalisering positief is voor de innovatieve capaciteit van een bedrijf. En dit stelt bedrijven vervolgens weer in staat concurrentievoordeel op te bouwen. Ook Altomonte2 stelt in een onderzoek in 7 landen dat er sterk bewijs bestaat voor positieve correlatie tussen innovatie, internationalisering en productiviteit. De onderzoeker adviseert op nationaal en europees niveau het beleid voor innovatie en voor internationalisering niet apart te ontwikkelen maar juist te combineren.

Deze conclusie wordt overgenomen door Prince en Hessels3 in een studie van het Economisch Instituut Midden- en Kleinbedrijf. Deze studie komt met empirische voorbeelden uit de Nederlandse praktijk. Naar aanleiding hiervan is het voorstel om regelingen met als doel exportbevordering of internationalisering uit te breiden met modules voor innovatie. En anderzijds regelingen met als doel bevordering van innovatie uit te breiden met de mogelijkheid dit in internationale context uit te voeren. Carlsson4 voegt hier aan toe dat nationale organisaties die zich bezighouden met het stimuleren van innovatie hier vooral mee door moeten gaan ook al vindt de innovatie zelf steeds vaker in internationale context plaats.

Internationalisering als basis

Deze laatste 3 studies kijken vooral naar de inspanningen van overheid en instanties die zich bezighouden met bevordering van innovatie en/of internationalisering. Een studie van Wahid5 kijkt naar de rol van de mate van internationalisering bij bedrijven. Het resultaat van die studie zegt dat er positieve en significante relatie is tussen innovatie en de resultaten van een bedrijf. Internationalisering op zichzelf heeft een positief effect, ook is er invloed van internationalisering op de vorm en de kracht van de relatie tussen innovatie en bedrijfsresultaten. Analytisch gezien is het zo dat onderzoek naar verband tussen innovatie en bedrijfsresultaten geen zin heeft wanneer internationalisering niet in de analyse wordt meegenomen. Meer praktisch gezien, voor het management: inspanningen moeten niet alleen gericht zijn op innovatie maar ook op internationalisering, juist om maximaal te kunnen profiteren van de inspanning op het gebied van innovatie.

Internationalisering van projecten, altijd en overal

Kortom, voldoende aanleiding om de vele initiatieven en projecten op het gebied van valorisatie, en samenwerking onderwijs, overheid en ondernemers in internationale context te plaatsen. En daarmee bedoel ik dat programma managers bewust internationale partijen aan hun initiatief moeten toevoegen, ook al lijkt het project zich daar in eerste instantie niet voor te lenen. Denk zelf eens aan een aantal projecten, en bedenk dan of en zo ja, hoe de internationale paragraaf van het project is ingevuld.

1 Kafouros, M.I. and Buckley, P.J. and Sharp, J.A. and Wang, C.Q. (2008) The role of internationalization in explaining innovation performance. Technovation, 28 (1-2). pp. 63-74.

2 Altomonte, C., Aquilante, T., Békés, G. and Ottaviano, G. I.P. (2013), Internationalization and innovation of firms: evidence and policy. Economic Policy, 28: 663–700

3 Innovationalisering!?! – het mes snijdt aan twee kanten, door dr. Y.M. Prince en drs. S.J.A. Hessels, http://lyt.sr/khphl

4 Internationalization of innovation systems: A survey of the literature, Bo Carlsson

5 Innovation-Performance relationship: the moderating role of the Degree of Internationalization of a firm, Fazli Wahid

Smart Cities: onderwerp van onderzoek of bron van kennis?

Op 12 november organiseerde de Club van Maarssen de Innovatie Estafette. De Club van Maarssen is een door de overheid gefaciliteerde community van overheden, kennisinstellingen en bedrijven op het gebied van infrastructuur en milieu. De drie thema’s van de dag: Circular Economy, Green Transport en Smart Cities. Over dat laatste wil ik het hebben. Kort samengevat: Smart Cities zijn steden die met behulp van nieuwe technologie, open data, ICT, sociale innovatie enz. beogen in transitie te zijn naar een Smart City. Stedelijke uitdagingen als milieu, energie, transport worden door nieuwe verbindingen tussen burgers, bedrijven en overheid met behulp van technologie aangepakt.

Topdown

Het was een geslaagd congres: prima locatie, een strak programma, strakke pakken, gelikte presentaties en glossy promotiemateriaal. Op een beurs werden diversen nieuwe ontwikkelingen getoond. En als kers op de taart: diversen staatssecretarissen en ministers deden hun zegje. Een geslaagd geheel maar toch wel duidelijk met een topdown benadering van de onderwerpen. De ideeën worden verzameld door, en vanuit de ministeries verspreid. Met als doel dat op termijn liefst zoveel mogelijk steden zich conformeren aan, en meedoen aan de plannen. Uiteraard in goed overleg met die steden. Op zich niks mis mee.

Bottom-up

Er zijn ook echter ook voorbeelden van een bottom-up benadering. In Amsterdam wordt door Pakhuis de Zwijger gewerkt aan ‘Nieuw Amsterdam’. De kracht van dit programma komt uit het verzamelen en stimuleren van initiatieven van de bewoners zelf. In Rotterdam wordt meegewerkt aan dit programma door de vestiging van Stadsambassade Rotterdam. Er word volop uitgewisseld want ideeën zijn meestal niet gebonden aan één specifieke stad. Aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam is professor Jan Rotmans actief op het gebied van transitiemanagement. Hij hanteert de term Economie 3.0. Dit staat voor bottom-up, kleinschalige initiatieven, circulair, biobased en nieuwe maakindustrie. Bij deze initiatiefnemers (de lijst is zeker niet uitputtend) zijn de kernwoorden: ontmoeten, kunst, creativiteit, inspiratie, inrichten, nieuw manieren van werken, bedrijvigheid, broedplaatsen, vasthouden talent. Dit alles met als doel het herontwerpen van de stad waardoor transitie wordt nagestreefd naar een duurzame samenleving, waarvoor stadsbewoners, overheid en bedrijven gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen. Verschil met de benadering van de Club van Maarssen is dat elk burgerinitiatief telt, hoe klein ook, omdat het altijd het potentieel kan hebben uit te groeien tot een breed gedragen initiatief in de gehele stad.

Civil Society als vierde partij

Twee benaderingen die één en hetzelfde doel nastreven: transitie van de stad naar een smart city. Natuurlijk is er overlap tussen de topdown en de bottom-up benadering. Op veel sub-terreinen zal de aanpak niet veel verschillen. Tenslotte zijn in beide gevallen de 3 bekende instituten van de partij: ondernemers, overheid en onderwijs, zij het in sommige gevallen van een ander niveau. Bij de topdown benadering zal de landelijke overheid een rol spelen, bij de bottom-up benadering meestal de lokale overheid. In het geval van de bottom-up benadering is duidelijk één partij extra aanwezig: de burger. In het Quadruple Helix model wordt deze vierde partij of vierde helix ‘Civil Society’ genoemd, zeg maar de maatschappij als verzameling van al haar burgers, in dit geval de bewoners van een stad.

Smart Cities zijn beide

Zowel onderwerp van onderzoek als bron van kennis, bedoel ik. ‘Smart City’ is een term die herkenbaar is. Waarbij iedereen begrijpt waar men naar toe wil. Het is dus eenvoudig om allerlei onderzoeksinitiatieven te koppelen aan de gemene deler ‘Smart City’. Denk aan renewable energie, transport, sociale innovatie om een paar te noemen. Iedereen kan zich voorstellen dat binnen de stad daarvoor specifieke projecten worden opgezet en dat de overheid bereid is daarvoor flink te faciliteren, lees financieren.

Daarnaast zijn steden uiteraard uitermate geschikt als broedplaats voor nieuwe initiatieven. Creativiteit, ondernemerschap kunnen dichtbij elkaar worden georganiseerd en elkaar stimuleren tot innovatieve ontwikkelingen op allerlei terrein. Goed georganiseerd kan de stad dus ook een stad zijn die slimheid tot zijn recht laat komen en daarmee een ’Double Smart City’ zijn. Enerzijds laat men de stad onderwerp zijn van nieuwe ontwikkelingen, anderzijds stimuleert men het ontstaan van nieuwe ontwikkelingen vanuit de stad. Dit gaat uiteraard prima samen. Het versterkt elkaar. Sterker nog, veel van de ideeën om hun stad een Smart City te laten zijn, zullen uit de stedelijke broedplaatsen komen.

‘Back to basics’: Triple Helix (English)

There are different definitions for the term ‘back to basics’. It can mean, for example: back to the beginning, back to nature, or ‘starting all over again’.

‘Back to basics’ indicates that there has been a development in the past that, at the time, was impactful or important. It also indicates that the original development has been pushed somewhat to the background or has been eclipsed by other developments.

Fortunately, collective memory reminds us that the original notion was a good one. And there is obviously a good reason or occasion to go ‘back to basics’, and reexamine the developments of that time.

Triple Helix model

Recently I read some articles that referred to the article by Etzkowitz and Leydesdorff: The Dynamics of Innovation: from National Systems and “Mode 2” to a Triple Helix of University-Industry-Government Relations. In this article, the authors laid the foundation for current thinking on the cooperation between government, education and businesses.

I would like to examine this model (the development of the past) on a somewhat basic level with the aim of developing an understanding of many of the current evolutions in our knowledge economy. In fact, I would like to go ‘back to basics’ by studying this core model.

Three parties involved

The Triple Helix model is based on the cooperation of three parties. A brief description of each of their primary purposes follows in parentheses:

  1. Government (exercising legislative control)
  2. Education (‘production’ of new knowledge)
  3. Entrepreneurs (generating economic growth and prosperity)

In the Triple Helix model these three parties work together as demonstrated in this figure:

test-eng

 

The nice thing is that synergy does occur as a result of this collaboration. Both as a result of the collaboration between two of the above parties, and of course, the cooperation of all three parties simultaneously. These partnerships are identified and characterized as follows:

  1. Government – Education: knowledge infrastructure. Parties cooperate in order to develop an infrastructure in which everyone can develop knowledge in an optimal way. Government invests a significant portion of its budget in education. And education not only creates new knowledge, but knowledge is also transferred to students through seeking and application of innovation.
  2. Government – Businesses: political economy. In this context, an optimum business environment is created, in which innovation and sustainable developments can prosper. The government facilitates, and seeks to simplify regulation. Tax payments allow the government, in turn, to invest in education, innovation and de-regulation.
  3. Education – Businesses: innovation. By using knowledge developed in collaboration with universities or or institutes of higher learning ,(Research & Development) businesses are able to innovate and, as a result, drive economic development and growth.
  4. When education – government – businesses work together, conditions emerge for a knowledge-based economy. Here, synergy (the so-called ‘sweet spot;) works at its best. The result is, of course, much more than the sum of its parts.

The Triple Helix model has been further developed scientifically. The role of higher education, especially, has gotten a lot of attention. This is referred to as the second academic revolution. The first revolution took place when conducting research was added to the primary task of universities: knowledge transfer. The second revolution will add the role of converting knowledge into economic development (‘the entrepreneurial university’).

Higher education is not the only party to research and publish based on this model. Government and businesses have taken on their responsibility and implemented the Triple Helix model in a practical way. Government implements it by facilitating in the broadest sense of the word, and businesses implement it by picking up and investing a lot of time and money in Research & Development. All with the aim of creating sustainable economic growth and development.

Triple Helix Conferences

The science around the Triple Helix model is subject of the Triple Helix Conferences. The papers presented at the London Conference in 2013 are available on the Big Innovation Centre website. This year’s conference will be held in Tomsk, Russia.

Edited by two points copy.