Home » Posts tagged 'Samenwerken'

Tag Archives: Samenwerken

Kennis krijgt Kracht

Valorisatie: 6 vormen van ‘contact sport’

Knowledge Transfer1 wordt omschreven als ‘het brede pakket van werkzaamheden bedoeld ter ondersteuning van wederzijds voordeel opleverende samenwerkingsverbanden tussen onderwijs/onderzoek enerzijds en bedrijven en de publieke sector anderzijds’.

Het wordt gezien als een belangrijke drijvende kracht in het streven naar economische groei, het realiseren van maatschappelijke doelstellingen en maatschappelijk welzijn. Daartegenover worden inzichten opgedaan ‘in de praktijk’ door onderwijs/onderzoek gebruikt voor het vinden van nieuwe richtingen in onderzoek of vernieuwing in de aanpak van onderzoek.

Knowledgscrum001e Transfer is een ‘contact sport’; het werkt het best wanneer mensen elkaar daadwerkelijk ontmoeten om ideeën uit te wisselen, soms met behulp van serendipisme, en nieuwe mogelijkheden ontdekken.”, aldus Tim Minshall.

Vormen en varianten

Kennis transfer kent 6 vormen en vele afgeleide varianten, vaak een combinatie van 2 of meer vormen. Mensen, uitwisseling en spontaniteit zijn misschien wel de belangrijkste ingrediënten voor succesvolle valorisatie. Om daadwerkelijk stappen te zetten is het belangrijk een goede vorm voor de samenwerking te kiezen.

  1. Allereerst het belangrijkste onderdeel van elke samenwerking: mensen. Studenten die stage lopen bij bedrijven of in de publieke sector, of afgestudeerden die er aan de slag gaan hebben een belangrijke rol: hun taak is het ‘verversen van het bloed’ van een organisatie. Iedereen herkent het wel: de jonge student die tegen muren aanloopt of die wijsneus die denkt het beter te weten. Een teken dus dat er iets gebeurt: ‘verse’ kennis en ervaring worden uitgewisseld.
  2. Door het organiseren van allerlei soorten evenementen, het publiceren van onderzoek of het deelnemen aan netwerken hebben onderwijs- en onderzoeksinstellingen de mogelijkheid hun kennis te delen en door te geven aan bedrijven en de maatschappij. Een populaire vorm is bijvoorbeeld het wetenschapscafé waar rondom een bepaald thema discussie wordt georganiseerd.
  3. Om kennis uit te wisselen worden vaak onderzoeksovereenkomsten gesloten tussen onderwijs en bedrijven. Op die manier wordt er voor langere tijd samen gewerkt aan specifieke onderzoeksdoelen in specifieke velden. Bijvoorbeeld nieuwe materialen. Of sociale innovatie. Vaak wordt langdurige samenwerking expliciet gemaakt door het vestigen van kenniscentra.
  4. Onderwijsstaf wordt vaak ingezet voor het geven van advies aan bedrijven en de maatschappelijke sector. Ook het geven van training valt hier onder. Lectoren in het HBO worden aangesteld met dit onderdeel als basis van het lectoraat. Bedrijven zoeken tegenwoordig gericht naar de juiste consultant in het onderwijsveld.
  5. Middels het afgeven van licenties worden langdurige relaties aangegaan met individuele bedrijven. Deze samenwerkingsvormen worden vastgelegd in licentie overeenkomsten. Onderwijs ontvangt deel van de inkomsten en bedrijven maken kennis te gelde die men anders nooit zou kunnen hebben ontwikkelen of verwerven.
  6. Soms lukt het niet kennis door een partner om te laten zetten in nieuwe producten. Of de kennis is zo uniek dat de kans om op basis hiervan een bedrijf te starten met beide handen wordt aangegrepen. Onderwijsinstellingen faciliteren dit proces door  studenten te onderwijzen op het gebied van ondernemen (hoe zet ik een startende onderneming op voor mijn idee), venture capital beschikbaar te stellen (banken passen er voor risicodragend kapitaal beschikbaar te stellen) en te werken met business angels. Hierbij worden ervaren ondernemers gevraagd (groepen van) studenten te begeleiden in het starten van hun ondernemening.

Knowledge Transfer Partnerships (KTP)

Elke vorm van Kennis Transfer krijgt handen en voeten in een partnerschap waarin afspraken worden vastgelegd. In een studie van het Engelse Council for Industry and Higher Education (CIHE) is een tiental aanbevelingen voor succesvolle partnerschappen vastgesteld. Deze aanbevelingen zijn gebaseerd op het rapport Key Attributes for Successful Knowledge Transfer Partnerships. Duidelijk is dat Kennis Transfer Partnerschappen (of publiekprivate samenwerking) een positief effect hebben op werkgelegenheid mede op basis van een hoog ROI.

Succesvolle KTP’s

Naast het feit dat Kennis Transfer, zoals vermeld aan het begin, als ‘contact sport’ moet worden gezien zijn er nog 3 andere voorwaarden voor succesvolle Kennis Transfer Partnerschappen.

  • Het is geen ‘zero cost’ activiteit. Elke partner moet zowel tijd, geld als mensen investeren om de samenwerking tot een succes te maken.
  • Het heeft vanuit elke partner actieve, praktische en tijdige steun nodig.
  • Niet alleen dat, maar partners moeten intern ook een sfeer van openheid en open innovatie creëren en stimuleren waarbinnen mensen de dialoog met de partner durven aan te gaan.

 

 

1De termen knowledge transfer, kennis transfer en valorisatie worden door elkaar gebruikt maar zijn in de context van deze column uitwisselbaar.

 

De 4 P’s maar dan anders – MVO Ambitie 2020

Ambitie 2020 (zie referentie) is het initiatief van MVO Nederland om een forse stap te zetten naar een circulaire, inclusieve economie in 2020. Kort samengevat betekent dit een economie waarbij ieders talent (PEOPLE) en elke grondstof (PLANET) zorgvuldig worden ingezet. MVO legt de bal bij ondernemers en weet dat zij die alleen zullen oppikken wanneer innovatieve duurzame ambities ook een gezonde winst opleveren (PROFIT). Om het initiatief uit te rollen heeft Koning Willem Alexander tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst van MVO het PLATFORM Ambitie 2020 in gebruik genomen. Tegelijkertijd werd het rapport Ambitie 2020 gepubliceerd. Niet alleen bedrijven maar ook alle kennisinstellingen en overheden in Nederland kunnen hiermee aan de slag. Het plan biedt zoveel openingen, raakvlakken dat elke organisatie op zijn minst kan nadenken over de vraag wat dit voor hun eigen organisatie betekent. MVO heeft wat dat betreft de wind mee: 80% van de bedrijven en instellingen wil duurzaam ondernemen.

Check welk raakvlak jouw organisatie heeft met de thema's en issues in Ambitie 2020

Nederland als voorbeeld land

Met Ambitie 2020 wil MVO dat Nederland het voorbeeld in de wereld wordt van een circulaire en inclusieve economie. En via het platform initiatieven delen die zorgen voor een balans tussen people, planet en profit. Deze focus biedt bedrijven en organisaties veel kansen. En de urgentie is groot: grote vraagstukken als voedselvoorziening, energie, mobiliteit vragen nu aktie om oplossingen te vinden voor de toekomst.

Thema’s vastgesteld

Met het rapport Ambitie 2020 informeert MVO over het ‘huiswerk’ dat tot nu toe is gedaan. Uitgangspunt daarvoor was het rapport Vision 2020 van het World Business Council for Sustainable Development (WBCSD). Gekozen is een achttal inhoudelijke thema’s te kiezen die als focus dienen om te komen tot stappen om doelstellingen te gaan halen. Deze zijn:

Inhoudelijk thema’s

  • Water (stijgende vraag naar water, beschikbaarheid en kwaliteit van water)
  • Energie en klimaat (vraag naar energie, klimaatverandering)
  • Voedsel (beschikbaarheid van voedsel, uitputting landbouwgrond)
  • Werken (arbeidsomstandigheden, schaarste, disbalans)
  • Materialen en ecosystemen (omgaan met schaarse grondstoffen)
  • Gezondheid (toegang tot zorg, zorgsysteem onbetaalbaar)
  • Mobiliteit (slimmere, efficiëntere en zuinigere invulling van mobiliteit)
  • Basisbehoeften, menselijke ontwikkeling (voorzien in basisbehoeften)

Proces thema’s

  • Transparantie
  • Financiering
  • ICT
  • Communicatie en gedragsbeïnvloeding
  • Kennis en onderzoek
  • (Sociale) innovatie en businessmodellen

De proces thema’s bieden verschillende perspectieven op de inhoudelijke thema’s. Combinaties van (meerdere) inhoudelijke en proces thema’s zullen allerlei kansen gaan blootleggen waar bedrijven op kunnen inspringen. Het rapport bespreekt vervolgens zowel de inhoudelijke als de procesthema’s. Per thema worden issues benoemd en vervolgens oplossingsrichtingen. Daarna worden de rol van en de kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven genoemd. Tenslotte worden al bestaande initiatieven en best practices behandeld. En worden per issue de ambities genoemd, maar dan in zeer concrete vorm: welke zijn de Key Performance Indicators en hoe wordt verandering gemeten. Uiteraard zal het volgen van de KPI’s de basis vormen voor verantwoording in de toekomst.

Verdere stappen

Voor de komende maanden wil MVO in eerste instantie de thema’s verder inventariseren met behulp van de vele partners die zich hebben aangemeld. Daarna worden met bedrijven en organisaties concrete programma’s uitgewerkt. Tegelijkertijd blijft de ambitie om zoveel mogelijk bedrijven te betrekken in alle initiatieven en het aantal en impact van de ambities uit te breiden. Over een half jaar komt dan het tweede Ambitie 2020 rapport uit met voorstellen voor volgende concrete stappen. Bedrijven kunnen zich aanmelden als ambitiepartner en om deelprojecten op gang te helpen worden zogenaamde ambitie coalities gevormd. Alles om de gang er in te houden. En op het platform zijn ook de vorderingen te volgen, zowel als het gaat om bedrijven die zich nieuw aanmelden als de stappen die worden gezet in de verschillende projecten.

Conclusie

Al met al een mooie manier om vanuit de economische realiteit te werken aan duurzame doelstellingen. Voor alle partijen (ondernemers, onderwijs/onderzoek, overheid, maatschappelijke organisaties en het publiek) genoeg aanknopingspunten om hiermee aan de slag te gaan. En voor kennisinstellingen een mooie mogelijkheid om hun kennis tot waarde te brengen, waarbij men kan rekenen op breed draagvlak in de maatschappij. Een voordeel van deze aanpak is ook de bottom-up benadering. Alhoewel het kader is vastgelegd middels thema’s zijn het toch vooral de bedrijven zelf die over de brug moeten komen. Maar gezien het enthousiasme bij de publicatie van de plannen zal het daar niet aan liggen.

Referentie:

Ambitie 2020 – Nederland voorbeeld van een circulaire en inclusieve economie

Spectaculaire groei corporate accelerators

Vorig jaar heeft er een enorme groei plaatsgevonden in het aantal samenwerkingsverbanden tussen grote bedrijven en kleine of startende ondernemingen. De aard van de samenwerking is divers, van het genereren van ideeën, samen werken aan innovaties, tot het faciliteren van starters door de gevestigde bedrijven.

Open innovatie

De overtuiging bestaat dat innovatie sneller werkt in een open markt. In een situatie waarin de R&D van een bedrijf niet stopt bij de bedrijfspoort maar waar actief naar samenwerking wordt gezocht met anderen, voor het genereren van ideeën maar ook productontwikkeling met technologie die niet binnen het bedrijf beschikbaar is. Open innovatie maakt gebruik van de kennis van elk van de partijen en door nieuwe partners toe te voegen nemen de mogelijkheden alleen maar toe. Men stapt over van interne R&D naar ‘gedemocratiseerde’ innovatie waarbij iedere partij van belang is.

Grote bedrijven profiteren van creativiteit

Veel van de nieuwe uitvindingen ontstaan in kleine ondernemingen. Door gebrek aan logge bureaucratie kunnen zij sneller schakelen. Door samenwerking te zoeken profiteren bedrijven en ontstaat ideeën en innovatie binnen kleine teams. De meeste bedrijven zitten nog in het proces van aanpassing aan de digitale wereld en wat is een betere manier dan dit te doen met jonge, innovatieve bedrijven. En omdat ook de afdeling Corporate PR de voordelen ziet in de vorm van verbetering van het imago is het waarschijnlijk dat de groei in samenwerkingsverbanden zal doorzetten.

Kleine bedrijven van beschikbaarheid ‘resources’

Voor kleine bedrijven of startende ondernemingen zijn de voordelen nog groter. Zij krijgen toegang tot financiering, faciliteiten, technologie en kennis van het bedrijf. Daardoor kunnen zij eerder investeren in bijv. prototypes, hoeft in eerste instantie geen geld te worden besteedt aan machines en kunnen zij gebruik maken van de expertise van mensen binnen het grote bedrijf. En slaagt de opzet dan is het mogelijk, dankzij de beschikbare distributie- en verkoopkanalen, het product sneller in de markt te plaatsen. Kortom, voor startende ondernemingen is een ‘accelerator’ programma van een groot bedrijf een forse stap in de goede richting.

Wat is een goed programma?

Beide partijen moeten voordeel zien in de samenwerking. Met andere woorden: het partnerschap moet een win-win situatie zijn voor zowel de onderneming als de starter. Zonder een balans daarin zullen onderneming op termijn geen voordeel behalen die opwegen tegen de kosten. En zullen starters afhaken als ze merken dat ze worden ‘gebruikt’.

Ook moeten starters onafhankelijk moeten kunnen blijven met als doel de nieuwe onderneming succesvol te maken en op te schalen. Uiteraard kunnen ondernemingen altijd starters inlijven wanneer deze een uiterst succesvol product te hebben ontwikkeld. Daarvan zijn er in Sillicon Valley talloze voorbeelden.

Voorbeelden

Enkel ter illustratie hierbij een aantal typen van samenwerking met een voorbeeld.

Ideeën – sommige bedrijven houden de deur deels dicht maar beseffen wel dat voor sommige uitdagingen het goed is om ook externe partijen mee te laten denken. De engelse term is ‘ideation’. Een programma focust op het verwerven van nieuwe ideeën voor technologie, het business model en ander uitdagingen.

Challenges and Wants – Unilever

Creating an entrepreneurial culture – Intel

Investeringsprogramma’s of venture capital – hierbij gaat het daadwerkelijk om het financieren van de startende onderneming. Startende ondernemingen moeten al een zeker track-record hebben. De bedoeling van de investering is uiteindelijk wel een gezonde ROI.

Qualcomm venture

Partnerschap, samenwerking – deze zijn bedoeld om startende ondernemingen toegang te verschaffen tot intellectueel eigendom, verkoopkanalen, of markttoegang. Maar is zijn eenvoudigste vorm kan het ook gaan om kantoorruimte.

AT&T Foundry

Rol overheid

Uit onderzoek blijkt dat een regio is gebaat met een zekere balans tussen de aanwezigheid van grote bedrijven en startende ondernemingen. Daaruit ontstaan samenwerkingsverbanden die leiden tot innovaties en ook banen. Sterker nog – de meeste nieuwe banen ontstaat bij startende ondernemingen. Taak van de overheid is dus in de regio een balans te zoeken, en daar te stimuleren waar dat het meest nodig is. Of meer grote bedrijven aantrekken, of startende ondernemingen faciliteren, of samenwerking tussen beide te stimuleren.

Bronnen:

Corporations and Startups No Longer Strange Bedfellows

Every corporation needs an accelerator program

2013 – the year of the corporate accelerator?

Why some regions are more innovative than others

The Importance of Startups in Job Creation and Job Destruction

Smart Cities: onderwerp van onderzoek of bron van kennis?

Op 12 november organiseerde de Club van Maarssen de Innovatie Estafette. De Club van Maarssen is een door de overheid gefaciliteerde community van overheden, kennisinstellingen en bedrijven op het gebied van infrastructuur en milieu. De drie thema’s van de dag: Circular Economy, Green Transport en Smart Cities. Over dat laatste wil ik het hebben. Kort samengevat: Smart Cities zijn steden die met behulp van nieuwe technologie, open data, ICT, sociale innovatie enz. beogen in transitie te zijn naar een Smart City. Stedelijke uitdagingen als milieu, energie, transport worden door nieuwe verbindingen tussen burgers, bedrijven en overheid met behulp van technologie aangepakt.

Topdown

Het was een geslaagd congres: prima locatie, een strak programma, strakke pakken, gelikte presentaties en glossy promotiemateriaal. Op een beurs werden diversen nieuwe ontwikkelingen getoond. En als kers op de taart: diversen staatssecretarissen en ministers deden hun zegje. Een geslaagd geheel maar toch wel duidelijk met een topdown benadering van de onderwerpen. De ideeën worden verzameld door, en vanuit de ministeries verspreid. Met als doel dat op termijn liefst zoveel mogelijk steden zich conformeren aan, en meedoen aan de plannen. Uiteraard in goed overleg met die steden. Op zich niks mis mee.

Bottom-up

Er zijn ook echter ook voorbeelden van een bottom-up benadering. In Amsterdam wordt door Pakhuis de Zwijger gewerkt aan ‘Nieuw Amsterdam’. De kracht van dit programma komt uit het verzamelen en stimuleren van initiatieven van de bewoners zelf. In Rotterdam wordt meegewerkt aan dit programma door de vestiging van Stadsambassade Rotterdam. Er word volop uitgewisseld want ideeën zijn meestal niet gebonden aan één specifieke stad. Aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam is professor Jan Rotmans actief op het gebied van transitiemanagement. Hij hanteert de term Economie 3.0. Dit staat voor bottom-up, kleinschalige initiatieven, circulair, biobased en nieuwe maakindustrie. Bij deze initiatiefnemers (de lijst is zeker niet uitputtend) zijn de kernwoorden: ontmoeten, kunst, creativiteit, inspiratie, inrichten, nieuw manieren van werken, bedrijvigheid, broedplaatsen, vasthouden talent. Dit alles met als doel het herontwerpen van de stad waardoor transitie wordt nagestreefd naar een duurzame samenleving, waarvoor stadsbewoners, overheid en bedrijven gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen. Verschil met de benadering van de Club van Maarssen is dat elk burgerinitiatief telt, hoe klein ook, omdat het altijd het potentieel kan hebben uit te groeien tot een breed gedragen initiatief in de gehele stad.

Civil Society als vierde partij

Twee benaderingen die één en hetzelfde doel nastreven: transitie van de stad naar een smart city. Natuurlijk is er overlap tussen de topdown en de bottom-up benadering. Op veel sub-terreinen zal de aanpak niet veel verschillen. Tenslotte zijn in beide gevallen de 3 bekende instituten van de partij: ondernemers, overheid en onderwijs, zij het in sommige gevallen van een ander niveau. Bij de topdown benadering zal de landelijke overheid een rol spelen, bij de bottom-up benadering meestal de lokale overheid. In het geval van de bottom-up benadering is duidelijk één partij extra aanwezig: de burger. In het Quadruple Helix model wordt deze vierde partij of vierde helix ‘Civil Society’ genoemd, zeg maar de maatschappij als verzameling van al haar burgers, in dit geval de bewoners van een stad.

Smart Cities zijn beide

Zowel onderwerp van onderzoek als bron van kennis, bedoel ik. ‘Smart City’ is een term die herkenbaar is. Waarbij iedereen begrijpt waar men naar toe wil. Het is dus eenvoudig om allerlei onderzoeksinitiatieven te koppelen aan de gemene deler ‘Smart City’. Denk aan renewable energie, transport, sociale innovatie om een paar te noemen. Iedereen kan zich voorstellen dat binnen de stad daarvoor specifieke projecten worden opgezet en dat de overheid bereid is daarvoor flink te faciliteren, lees financieren.

Daarnaast zijn steden uiteraard uitermate geschikt als broedplaats voor nieuwe initiatieven. Creativiteit, ondernemerschap kunnen dichtbij elkaar worden georganiseerd en elkaar stimuleren tot innovatieve ontwikkelingen op allerlei terrein. Goed georganiseerd kan de stad dus ook een stad zijn die slimheid tot zijn recht laat komen en daarmee een ’Double Smart City’ zijn. Enerzijds laat men de stad onderwerp zijn van nieuwe ontwikkelingen, anderzijds stimuleert men het ontstaan van nieuwe ontwikkelingen vanuit de stad. Dit gaat uiteraard prima samen. Het versterkt elkaar. Sterker nog, veel van de ideeën om hun stad een Smart City te laten zijn, zullen uit de stedelijke broedplaatsen komen.

Knowledge transfer en technology transfer: 2 vakgebieden?

Wat opvalt in de aims & scope van  het tijdschrift The Journal of Innovation Impact is dat de term ‘technology transfer’ pas in de laatste regel wordt genoemd. Kennelijk is er sprake van 2 vakgebieden: knowledge transfer en technology transfer. Natuurlijk valt dit niet te concluderen op basis van deze ene constatering. Verdere bestudering van de aims & scope resulteert in 4 te onderscheiden invalshoeken, waarmee we verder naar het verschil (of niet) tussen knowledge transfer en technology transfer kunnen kijken:

1         Knowledge transfer als vakgebied

Hierbij wordt bedoeld het proces van de overdracht van kennis, wat er aan ten grondslag ligt, welke modellen er zijn, hoe dit wordt georganiseerd en het menselijke aspect. Wanneer knowledge management gaat over interne organisatie van toegang tot en beheer van kennis gaat knowledge transfer als vakgebied wellicht o.a. over organisatie van uitwisseling van kennis, niet binnen organisaties, maar tussen organisaties onderling.

2         De relatie met innovatie

De relatie tussen knowledge transfer en innovatie is essentieel. Innovatie is het gevolg van valorisatie. Maar dat is te vrijblijvend. Beter is het te zeggen dat innovatie het primaire doel moet zijn van valorisatie.

3         De uitwerking van de resultaten van knowledge transfer

Innovatie gaat over in productontwikkeling en uiteindelijk ontwikkeling van de (regionale) economie. Maar dit gebeurt niet spontaan. Het traject van kennis, innovatie, producten naar ontwikkeling voert langs tal van vormen van organisatie die zich bezig houden met ‘het voortbewegen van de kennis’: incubators, broedplaatsen, spin-outs, MKB.

Kanttekening: deze organisaties bestaan in zowel knowledge transfer als technology transfer. 2e kanttekening: in dit kader wordt ook wel genoemd: graduate employability of innovative pedagogies ofwel hoe krijg je de student aan de slag.

4         De partners bij knowledge transfer

Niet alleen is er sprake van veel verschillende, mogelijke partners (overheid, bedrijfsleven, consultancy, semi-overheidsinstellingen), ook is er sprake van veel verschillende vormen van samenwerking. Dit kan gaan om uitwisseling, fusie, contractueel vastgelegd of juist niet, internationaal of juist niet, kortom veel opties, veel varianten.

Zeker is dat het inherent is aan knowledge transfer dat er 2 of meer partijen bij zijn betrokken. Immers, zonder samenwerking geen transfer van kennis. En dat komt natuurlijk omdat de kerntaak van de verschillende partners steeds een andere is: de overheid zorgt dat het speelveld klaar ligt (zie bijv. topsectoren beleid), onderwijs levert de kennis, maar meer nog: de ontwikkeling van kennis. En om dat te kunnen doen is veelvuldig uitwisseling met bedrijfsleven en andere organisaties nodig.

Verschil

Is er verschil tussen knowledge transfer en technology transfer op basis van deze invalshoeken?

Overdracht van kennis of technologie? Er zal verschil bestaan, zeker in termen van initiële investeringen. Om producten te ontwikkelen in een laboratorium omgeving is veel en dure apparatuur nodig.

Relatie met innovatie? Directe doelstelling van kennisoverdracht is innovatie. Zowel in technologie als in niet technologische disciplines blijft dat doel hetzelfde.

Uitwerking van resultaten? Ook hier wellicht verschil in karakter maar in wezen hetzelfde.

Partners? Verschil in karakter maar beide hebben partners nodig.

Technology transfer

Technologie is één van de, zo niet de belangrijkste, peilers onder innovatie en economische ontwikkeling. En technology transfer is ook veel meer tastbaar dan knowledge transfer. Immers, het product heb je in je hand of je kunt het aanwijzen. Toch komt er meer bij kijken: immers het vertalen van een idee in een product is niet eenvoudig. Daarvoor is meer nodig dan alleen kennis over het product, de technologie. Rondom de technologie is ook veel kennis. Wat gebeurt daarmee bij technology transfer? Dit is kennis die je meegeleverd krijgt bij de technologie. Of het is kennis die later nodig is in het proces. Vanaf het moment dat je besluit dat er een product mogelijk is.

Er zijn veel vakgebieden waar je geen tastbaar product kunt aanwijzen. Eerder een dienst. Daarvoor zal de term knowledge transfer de voorkeur hebben. Maar uiteindelijk is het doel van beide hetzelfde: innovatie, ontwikkeling, groei.

Conclusie

Het gaat om kennis, of die nu technologisch is of niet. Dus voorzichtig gesteld:  knowledge transfer is de overall benaming voor het vakgebied. Daarbinnen vormt technologie de grootste component vormt. Wellicht 60-70%. Technology transfer vormt daarmee het belangrijkste onderdeel van knowledge transfer. Het zijn dus niet 2 vakgebieden naast elkaar.