Home » Posts tagged 'Ondernemers'

Tag Archives: Ondernemers

Kennis krijgt Kracht

‘Back to basics’: Triple Helix (NL versie)

Iedereen heeft wel een bepaald gevoel bij de term ‘back to basics’. Mensen denken hierbij bijvoorbeeld aan: terug naar het begin, terug naar de natuur, terug naar de basis of overnieuw beginnen.

‘Back to basics’ geeft aan dat er in het verleden een ontwikkeling is geweest die destijds veel goeds heeft betekend voor veel mensen. ‘Back to basics’ geeft ook aan dat de oorspronkelijke ontwikkeling wat op de achtergrond is geraakt of overvleugeld door allerlei andere ontwikkelingen.

Gelukkig herinnert het collectieve geheugen ons er aan dat de oorspronkelijke beweging een goede is geweest. En tenslotte is er kennelijk een goede reden of aanleiding om terug te grijpen naar de ontwikkeling van destijds.

Triple Helix model

In een aantal artikelen dat ik recent las werd regelmatig gerefereerd naar het artikel van Etzkowitz en Leydesdorff, “The dynamics of innovation: from National Systems and “Mode 2” to a Triple Helix of university-industry-government relations”. Zij hebben in dit artikel de basis gelegd voor het huidige denken over de samenwerking van overheid, onderwijs en ondernemers.

Zonder volledig te willen zijn wil ik dit model (de ontwikkeling uit het verleden) hier nog eens doornemen (en daarmee in feite ‘back to basics’ gaan) met als doel begrip te ontwikkelen voor veel van de huidige ontwikkelingen in onze kenniseconomie.

3 partijen

Het Triple Helix model is gebaseerd op de samenwerking van 3 partijen, met tussen haakjes een korte beschrijving van het primaire doel van die partij:

  1. Overheid (het uitoefenen van wetgevende controle)
  2. Onderwijs (‘productie’ van nieuwe kennis)
  3. Ondernemers (genereren van economische groei en voorspoed)

In het Triple Helix model werken deze 3 partijen samen en dit is gevisualiseerd in de afbeelding.

Het mooie is dat door de samenwerking het synergie effect zijn werk doet. Synergie ontstaat door de samenwerking tussen steeds 2 van bovenstaande partijen en uiteraard de samenwerking van alle 3 partijen tegelijkertijd. Deze samenwerkingsverbanden zijn als volgt te benoemen en te karakteriseren:

  1. Overheid – Onderwijs: kennis infrastructuur. Partijen werken samen om een infrastructuur te ontwikkelen waarin een ieder op optimale manier kennis kan ontwikkelen. Overheid investeert een aanzienlijk deel van haar budget in onderwijs. En onderwijs zorgt niet alleen voor nieuwe kennis; ook in de overdracht van kennis aan studenten wordt veel geïnnoveerd.
  2. Overheid – Ondernemers: politieke economie. In deze context gaat het om het scheppen van een optimaal ondernemersklimaat waarin alle ruimte ontstaat voor innovatie en duurzame ontwikkelingen. De overheid faciliteert, probeert regelgeving te vereenvoudigen. Door afdracht van belastingen kan de overheid op haar beurt weer investeren in met name onderwijs.
  3. Onderwijs – Ondernemers: innovatie. Door gebruik van kennis ontstaan in samenwerking met hoger onderwijs (research) is het bedrijfsleven in staat te innoveren en de uitwerking daarvan (development) om te zetten in economische ontwikkeling en groei.
  4. Daar waar onderwijs – overheid – ondernemers samenwerken ontstaan de voorwaarden voor een op kennis gebaseerde economie. Hier werkt (de zogenaamde ‘sweet spot’) de synergie in optima forma. Het resultaat is uiteraard veel meer dan de som der delen.

Het Triple Helix model is in de wetenschap verder ontwikkeld. Vooral de rol van het hoger onderwijs krijgt veel aandacht en er wordt dan bijvoorbeeld gesproken over de tweede academische revolutie. De eerste ging over het toevoegen van het doen van onderzoek aan de eigenlijke opdracht van universiteiten, kennisoverdracht. De tweede is het toevoegen van de opdracht kennis om te zetten in economische ontwikkeling (gesproken wordt over de ondernemende universiteit).

Niet alleen het hoger onderwijs onderzoekt en publiceert verder op basis van dit model; de overheid en ondernemers hebben hun verantwoordelijkheid genomen en het Triple Helix model op een praktische manier ingevuld. De overheid door te faciliteren in de ruimste zin van het woord en ondernemers door de handschoen op te pikken en veel energie te steken in Research & Development. Dit alles met duurzame economische ontwikkeling als doelstelling.

Triple Helix Conference

De wetenschap rondom het Triple Helix model wordt elk jaar gedeeld op de Triple Helix Conference die in 2013 werd gehouden in London. De papers die gepresenteerd werden staan keurig gerangschikt op de site van het Big Innovation Centre. Tenslotte wordt de conferentie volgend jaar gehouden in Tomsk, Rusland.

Versnellen van groei en innovatie? Funding… maar ook training!

Veel MKB bedrijven doen een beroep op innovatie- en/of stimuleringsfondsen. Terecht, want vaak is de technologische kennis voor een nieuw produktidee wel aanwezig (vaak sterk ontwikkeld) maar schiet het financiële vermogen te kort om de noodzakelijke investeringen te doen voor produktontwikkeling of de inrichting van de produktie.

Maar behalve financiële kennis is er bij kleine bedrijven vaak ook een tekort aan, noem het maar, zakelijke kennis.

Rendement op investering

Want het onderzoek “Accelerating Innovation and Growth” van Innovate UK (een Britse overheidsinstelling die financiele ondersteuning middels fondsen beoordeelt en toewijst) toont aan dat het rendement van de investering die uiteindelijk met behulp van gedaan wordt veel hoger is wanneer deze wordt aangeboden in combinatie met training van ondernemersskills en/of coaching voor de ondernemer.

De ondersteuning van een ondernemerscoach of een aantal gerichte cursussen leiden tot verandering in de houding, het gedrag van de ondernemer en daardoor in de performance van de onderneming. Zo groeide de omzet van de onderzochte bedrijven gemiddeld met 26% meer dan bij bedrijven die geen coaching of training ontvingen. Ook wisten kleine bedrijven bovengemiddeld meer nieuwe arbeidsplaatsen te creëren.

accelarting growth and innovation

Ook hebben deze bedrijven veel meer vertrouwen in hun capaciteiten gekregen en daardoor benutten daardoor beter het potentieel binnen het bedrijf. Tenslotte blijkt dat veel ondernemers door het volgen van training of coaching hun netwerk aanzienlijk hebben kunnen uitbreiden, met aantoonbare nieuwe kansen voor hun onderneming

Fondsen in combinatie met ondersteuning

In de UK heeft dit geleid tot het standaard aanbieden van een aantal services voor MKB bedrijven wanneer er fondsen worden toegekend:

  • Het deelnemen aan coachings- of mentortrajecten en/of training in ondernemers vaardigheden.
  • Online diagnose van een bedrijf.
  • In de training worden aspecten behandeld als: het ontwikkelen van een businessmodel, verkoop, strategische marketing, financiering, leiderschap en verandermanagement.

Wat betekent dit voor bedrijven?

Het onderzoek toont aan dat goede zakelijke kennis het rendement van een investering in een nieuw produkt aanmerkelijk verbeterd, zeker bij kleine bedrijven. Het bewust alloceren van een deel van het budget aan coaching of training is dus zeker aan te bevelen. De training moet er dan niet maar een beetje bijgedaan worden maar bewust worden ingezet worden.

… en voor onderwijs en opleidingsinstituten?

Er zijn kansen door opleidingen en cursussen aan te bieden aan het MKB, in combinatie met toegekende fondsen voor specifieke investering. Het is dus zaak in contact te staan met instellingen die zich bezighouden met beoordelen van aanvragen en toekennen van fondsen. Een proactieve benadering biedt zeker kansen.

En tenslotte voor de overheid?

Bij het toekennen van fondsen uit stimuleringsprojecten of innovatiefondsen kan gevraagd worden een % van het bedrag te besteden aan coaching of training van de ondernemers. Dit aspect kan al worden meegenomen in het begin van de aanvraag waarbij de ondernemer op voorhand moet aangeven hoe dit wordt ingevuld. Vaak wordt alle energie gestoken in het technische traject en de noodzakelijke financiering die daarvoor nodig is. Scholing komt vaak alleen aan bod in technische zin, vaardigheden die nodig zijn in het proces van produkt ontwikkeling of produktie. Waar het hier om gaat zijn de ‘soft’ ondernemersvaardigheden.

Onbekendheid

Opmerkelijk is dat hetzelfde onderzoek aantoont dat ondernemers vaak niet onderkennen dat ze training nodig hebben (‘niet bekend met wat niet bekend is’), of ze weten niet dat er specifieke trainings- of coachingsmogelijkheden zijn. Dit leidt in eerste instantie tot terughoudendheid in het volgens van een opleidingstraject. Maar nadat de eerste stap is gezet, ziet men het belang er van in en is men van plan in de toekomst vaker ondersteuning te zoeken.

Verder blijkt dat het niet uitmaakt of de ondersteuning wordt gegeven in de vorm van coaching of mentoring waarbij de ondernemer actief wordt begeleid of in de vorm van training van ondernemersvaardigheden.

Triple Helix’ ‘sweet spot’

Een op kennis gebaseerde economie is dus meer dan alleen het omzetten van technologische kennis in innovatieve nieuwe produkten. Het is misschien nog meer het op het juiste moment (het moment waarop er echt geinvesteerd gaat worden) ontwikkelen van ondernemers kennis waardoor de kans op succes en het rendement op de investering toeneemt.

Overheid (als verstrekker van fondsen), onderwijs (als bron van kennis) en ondernemers (waar de investering wordt omgezet in groei en werkgelegenheid) werken op dat moment samen op de best mogelijke manier.

 

Iedereen is ondernemer

Leren door te ondernemen en leren ondernemen

Ik ga voor het Friesland College dit jaar een team van jonge studenten begeleiden in het opzetten van een bedrijf. Zoals wetenschappelijk is aangetoond dat jonge kinderen leren tijdens het spelen, weet ik zeker dat het Friesland College kan beamen dat studenten meer, beter en leuker leren door te ondernemen. Samen met de organisatie Jong Ondernemen van VNO-NCW is een programma opgezet waarin alle aspecten van het runnen van een bedrijf aan de orde komen: financiering, productontwikkeling, productie, verkoop, marketing, administratie, personeel, vergaderen(!), presenteren, enz. Externe begeleiders zijn bedoeld om met de studenten te sparren over de keuzes waar ze voor staan en de beslissingen die ze moeten nemen.

Het doel van dit programma is het leren van competenties, niet per se het opstarten van een levensvatbaar bedrijf alhoewel dat natuurlijk wel kan en gebeurt. Maar het leren ondernemen kan in deze tijd zeker geen kwaad.

Ondernemen als alternatief

Want meer dan de helft van de jongeren heeft tegenwoordig geen vaste baan maar een flexibel contract. En die trend lijkt onomkeerbaar door te zetten. Het zoeken naar werk vraagt dus meer dan ooit aandacht, tijd en inzet. Energie stoppen in het ontwikkelen van competenties en het uitbouwen van het netwerk. Want werk is er wel maar weinig nieuwe vaste banen.

Dit merken ook de werkzoekenden. Veel energie wordt gestopt in het zoeken naar vaste banen die er nauwelijks zijn. Uiteindelijk besluiten ook zij (soms met tegenzin want het is ze nooit geleerd) iets te gaan ondernemen en een bedrijf te starten. Vorig jaar zijn er maar liefst 50000 zzp’ers bijgekomen. En hoewel het grootste deel dit zal doen vanuit passie voor een mooi vak is een substantieel deel dit gaan doen vanuit het besef dat men iets moet gaan ondernemen om inkomen te verkrijgen.

Ondernemerschap

Iedereen kan zich voorstellen wat een onderneming is. Het bedrijf bied een product of dienst aan met als doel omzet en winst te halen. En een bestaan voor de ondernemer. De ondernemer is vaak een uitgesproken persoonlijkheid die het bedrijf heeft opgericht en/of grootgemaakt. In zijn boek ‘No B.S. Time Management For Entrepreneurs’ omschrijft Dan Kennedy ondernemerschap als ‘… the conversion of your knowledge, talent, guts etc. –through investment of your time- into  money’.

In dat laatste –geld verdienen- is de ene ondernemer uiteraard succesvoller dan de andere. Over het algemeen lijken zzp’ers het redelijk te doen.

Lukt het echter niet direct om je kennis, talenten, passie om te zetten in geld kun je altijd, tijdelijk of een deel van je tijd, je kennis en ervaring inzetten voor iets anders. Bijvoorbeeld het opdoen van ervaring in een nieuwe richting, branche of beroep. Of het bijdragen aan een maatschappelijk belang of doel en daarmee uiteraard ook weer aan het uitbouwen van je competenties, ervaring en netwerk.

Je moet iets ondernemen

Hoe je het ook wendt of keert, in welke omstandigheid dan ook, je moet iets ondernemen. Als student mag je ondernemen om te leren. Maar zie het vooral als een kans om te leren ondernemen. Want in de echte wereld zul je het straks hard nodig hebben. Als ondernemer met of zonder personeel moet je per definitie altijd iets ondernemen om ook na deze week, deze maand of dit jaar voor inkomen te zorgen. Als werknemer om te zorgen dat je je baan houdt na de versoepeling van het ontslagrecht. Maar ook door niet alleen aan eigen belang te denken maar je kennis en talent ook in te zetten voor een maatschappelijk doel. En tenslotte als werkzoekende door er voor te zorgen jouw kennis en talent in te zetten voor de maatschappij en daardoor interessant te blijven voor betaald werk, ook al zal dat hoogstwaarschijnlijk tijdelijk en flexibel zijn.

Iedereen is dus ondernemer

Iedereen moet iets ondernemen, iets aanpakken om kennis en talent of om te zetten in geld, of in te zetten voor een maatschappelijk doel en daarmee uiteraard ook weer je eigen ontwikkeling. Vandaar dat ik in zee ga met het Friesland College voor dit project.

 

Klik hier voor de column “Kiezen tussen Business Bootcamp of GTA V” waarin dit thema eerder werd behandeld.

Startups in een digitaal Europa

Van de Europese Commissie is een e-book verschenen met daarin visies over de toekomst en de betekenis van het digitale tijdperk voor Europa. Het boek ‘Digital Minds for a New Europe’ is samengesteld door de eerdere Eurocommissaris voor de Digitale Agenda, Neelie Kroes. Het bestaat uit 46 bijdragen van evenzoveel autoriteiten op het gebied van digitale thema’s.

Onderstaand een zeer globaal overzicht van de onderwerpen die behandeld worden. Zo kun je zien of er iets van je gading in staat wat interessant is om verder te lezen.  De onderwerpen zijn in zes categorieën verdeelt.

Visies op digitale wereld

Uiteraard behandelt het document een aantal brede visies over het belang van de digitalisering in z’n algemeenheid, het belang daarvan voor Europa, welke nieuwe mogelijkheden er ontstaan en hoe bijv. onderwijs en de maatschappij vorm krijgen in het digitale tijdperk.

Ontwikkeling van het Internet zelf

Er wordt gekeken naar de ontwikkeling van het Internet zelf als platform. Daarbij wordt gesproken over Internet of Things (ook wel Internet 4.0) of Internet of Everything. Ook wordt gekeken naar het bestuur over het Internet in de toekomst. Het internet zorgt voor connectiviteit of zelfs ‘total connectivity’. Er wordt gekeken naar de impact daarvan op de samenleving.

Overheid

In een Networked Society wordt ook de rol van de overheid anders. Te denken valt aan online overheidsdiensten, de impact van digitalisering op gezondheidszorg en uiteraard onderwijs. Het digitale tijdperk heeft ook invloed op (het vormen van) beleid. Regelgeving dient rekening te houden met een digitale samenleving. Straks spreken we over de e-overheid.

Smart Cities

Door de opkomst van Internet wordt er al lange tijd gesproken over Smart Cities. De ontwikkeling daarvan staat nog in de kinderschoenen. Te denken valt aan (het verbeteren van) transport, mobiliteit, gebruik van energie, ontwerp, bouw en inrichting van gebouwen (Rem Koolhaas), veilige en schone omgeving en interactieve landschappen (Daan Roosegaarde).

Digitale Technologieen en ontwikkelingen

De lijst is divers: cloud computing, high speed broadband, big data, mobile connectivity en cyber security. Digitalisering heeft invloed op allerlei terreinen: wetenschappelijk onderzoek, musea, het Human Brain Project (de hersenen worden digitaal in kaart gebracht), cognitieve systemen (bijvoorbeeld zelf rijdende auto’s) en de impact van e-commerce op wereldwijde handel. Ook op het menselijk aspect van de samenleving heeft digitalisering invloed: privacy, democratie, de maatschappij als geheel, toegang tot kennis, en onderwijs.

Innovatie, ondernemerschap en economie

De link naar ondernemerschap kan gelegd worden in de zin dat het bedrijfsleven behoefte heeft aan onderwijs dat naadloos aansluit aan aan dat wat bedrijven nodig hebben. Voor de groei van de economie is innovatie essentieël. Innovatie vindt plaats door disruptie van bestaande business modellen en processen. En de snelheid van disruptie neemt alleen maar toe dankzij digitalisering. Disruptie geeft vervolgens ruimte aan talloze digitale start-ups die weer een beter produkt kunnen leveren dan de bestaande bedrijven. Complete bedrijfstakken staan op de kop: bijv. overnachtingen (AirBnB) en taxi vervoer (Uber).

Connectiviteit geeft ook ruimte aan modellen die de deeleconomie stimuleren: “as dynamic sharing evolves, spectrum can be reused in smaller cells improving effectiveness a thousand times”. Met andere woorden: totale connectiviteit geeft de mogelijkheid op kleine schaal te organiseren waardoor middelen efficiënter kunnen worden gebruikt.

Plek Nederland binnen Europa

Nederland scoort hoog in Europa als het gaat om digitale startups. Activiteit op dit gebied scoort 6% hoger dan het europees gemiddelde. Hoog gekwalificeerd personeel in combinatie met de prioriteit die de overheid geeft aan ondernemerschap liggen hieraan ten grondslag. Hierover verscheen een artikel in Forbes.

Euromentors

Als het gaat om digitale startups staan we nog maar aan het begin. Euromentors is een nieuw initiatief vanuit Europa om een zakelijk mentor ecosysteem op te zetten voor digitale startups. Op die manier geeft Europa vorm aan het belang dat zij hecht aan digitale startups in het bijzonder. Euromentors helpt ideeën te genereren, biedt ondersteuning aan startups maar ook aan uitbreiding van activiteiten van al bestaande, kleine bedrijven. Kijk op de website voor meer informatie.

 

Auteurs: Bokova, Boni, Buhr, Busch, Castillo Vera, Celli, Cerf, Chambers, Chatterjee, Dentzel, Dijkgraaf, Donahue, Frackowiak, Furber, Gorenberg, Grech, Hed, Hoffman, Hoyer, Koolhaas, Kroes,  Lane-Fox, Lévy, Wei, Holl Lute, Markram, Meier, Mobed, Obermann, Pijbes, Ploss, Pollock, Puttnam, Van Rompuy, Roosegaarde, Schmidt, Schwab, Shields, Snabe, Sorrell, Terium, Van Thillo, Van Uffelen, Ben Verwaayen, Robert Verwaayen, Vῑke-Freiberga, Vogels

 

 

Eigenschappen van een ondernemende regio *

Op basis van een vijftal fases beschrijft Etzkowitz de ontwikkeling van Silicon Valley, vanaf haar ontstaan tot heden, met als doel aan te geven welke factoren bepalend zijn geweest voor het succes van Silicon Valley. Maar ook welke de voorwaarden zijn voor verder succes van Sillicon Valley in de toekomst. Mijn doel is deze eigenschappen als ‘instrumentarium’ op een rijtje te zetten om daarmee inzicht te krijgen welke aspecten een rol spelen in ondernemende regio’s in Nederland in het algemeen en die bij u in de buurt in het bijzonder.

Stanford University

Zeer bepalend voor het succes is de aanwezigheid van Stanford University geweest, met in haar genen het creëren en delen van wetenschappelijke kennis. Zij heeft als strategie een entrepreneurale universiteit te willen zijn en zich te verbinden met overheid en bedrijven.  Silicon Valley is daardoor gaan groeien en uiteindelijk een innovatie-hub geworden dat talent en technologie van buiten de regio aantrekt. Aspecten die daartoe hebben bijgedragen zijn:  zelf opgeleide academische ondernemers, mede door overheid gesteunde R&D, het aantrekken van venture capital, en het ontstaan van industrie die op haar beurt weer investeert in academisch onderzoek.

Silicon Valley (en elke andere kennis regio) heeft zich ontwikkeld langs de volgende 5 fases:

1 Ontstaan

Binnen Stanford University ontwikkelde zich regeneratieve kennis over het steeds weer afsplitsen en opbouwen van start-ups. Er ontstond een regionale innovatie cultuur met veel kleine bedrijven en onafhankelijke uitvinders. Maar ook belangrijk was de schaal van de toegezegde overheidsinvesteringen in R&D. Amerika kenmerkt zich door het bestaan van enkele zeer grote overheidsinstellingen die enorme geldbedragen in onderzoek steken. Nasa is daarvan een voorbeeld maar ook Defensie.

2 Samenvoeging

Het al bestaande proces van het genereren van start-ups wordt versneld door meer samenwerking tussen universiteit, overheid en bedrijven. Sociaal, intellectueel en financieel kapitaal worden samengevoegd om het proces te accelereren. Drijfveren worden: reputatie, vakmanschap en de wens nieuwe technologieën uit te vinden. De academische werkhouding, doorgaan totdat er een oplossing is gevonden voor een probleem, wordt gemeengoed. Er wordt niet gerust voordat een project wordt opgeleverd. Vandaag de dag vertaald dit zich bijvoorbeeld in Hackatons waarbij 48 uur achtereen wordt gewerkt om bijvoorbeeld een app te ontwikkelen.

3 Uitbreiding

Het ontstaan van nieuwe bedrijven bereikt een kritische massa. Er ontstaan diverse innovatie clusters (elk een interactieve groep van startende bedrijven) die groeien, terugvallen en soms weer opbloeien. Ervaren ondernemers begeleiden startende ondernemers. Kennis wordt op peil gehouden met de inbreng van geavanceerde academische kennis. Binnen de universiteit worden Technology Transfer afdelingen opgezet om de kennisstroom te sturen en verzilveren.

4 Uitbloei

Teruggang in een cluster wordt gecompenseerd door groei in een andere. Clusters maken gebruik van cross-overs tussen technologische gebieden. Silicon Valley wordt een plek waar ambitieuze ondernemers, nieuwe technologieën en ideeën naar toe stromen.

Er ontstaan ook krachten die de ontwikkeling van de regio ondermijnen: het op afstand houden van de overheid, geen sturing vanuit een centraal punt, ieder lijkt zijn gang te gaan.

5 Vernieuwing

Binnen het innovatieve ecosysteem wordt iedereen afhankelijk van elkaar: advocaten, accountants, head-hunters, venture capitalists, business angels en nieuwe ondernemers. Vernieuwing is noodzakelijk en kan volgens Etzkowitz op 2 manieren worden bereikt: 1) continue toestroom van nieuw ‘menselijk kapitaal’ vanuit de academische opleiding en 2) overheids- en bedrijfsinvesteringen in R&D. Vooral de overheid als ‘inkoper’ van kennis blijft belangrijk.

Tenslotte

Een op kennis gebaseerde economische ontwikkeling van een regio is afhankelijk van de inbreng van eigen onderzoek. Teveel afhankelijk zijn van externe bronnen van menselijk en intellectueel kapitaal kan het vermogen van de regio om zichzelf steeds te vernieuwen middels het voortbrengen van start-ups, ondermijnen. Volgens Etzkowitz is de sleutel voor een succesvolle ondernemende regio het voortbrengen van menselijk kapitaal en investeringen in R&D in een institutionele infrastructuur die zich kenmerkt door transparante academische grenzen tussen overheid, onderwijs en bedrijven. En de samenwerking tussen de 3 partijen kenmerkt zich door hoge mate van interactiviteit. Dit alles vraagt een visie die op langere termijn resultaat levert en blijft leveren.

 

*) Deze column is gebaseerd op het artikel “Silicon Valley at risk? Sustainability of a global innovation Icon”, Etzkowitz H., Social Science Information, December 2013 vol. 52 no. 4 515-538

Triple Helix op Twitter

Elke ochtend scroll ik door de twitterberichten van de personen, bedrijven en instellingen die ik volg op het gebied van Triple Helix, de 3 O’s, valorisatie, ofwel alles wat zich afspeelt op het raakvlak van overheid, onderwijs en onderzoek en ondernemingen.

Er gebeurt veel. Dit vakgebied is constant in ontwikkeling en dat vertaalt zich in vele interessante tweets met actuele informatie. Uiteraard een uitstekende manier om bij te blijven in het vakgebied. Om eens een overzicht te krijgen van wat er zich allemaal afspeelt, heb ik bij wijze van proef veel van de interessante onderwerpen van de afgelopen 14 dagen genoteerd. Deze wil ik graag met je delen.

Uiteraard is dit in vele opzichten een subjectieve selectie van onderwerpen. Allereerst kan ik niet iedereen volgen die er toe doet in het vakgebied. Ten tweede heb ik lang niet alles kunnen noteren omdat ik er per dag niet langer dan een half uur aan wil besteden. En ten derde is de bepaling van wat interessant  is, subjectief.

Maar het levert het volgend resultaat op:

Samenwerking universiteiten – bedrijven

  • TU/Eindhoven claimt succesvol te zijn in samenwerking met bedrijven
  • Universitair onderzoek moet anders georganiseerd volgens CTO’s van 11 grote bedrijven. Er wordt gesproken over ‘verkalkte’ universiteiten. Meer toepassingsgericht onderzoek, meer geld uit Europa. Maar ook: loskoppeling van onderwijs en onderzoek. Focus meer op maatschappelijke thema’s dan per sé op de Topsectoren

Overheid

  • Europees – Polen beleeft topdecennium dankzij EU
  • Aandacht voor Smart Cities
  • ‘Big ideas’ to make cities better als resultaat van de Mayors Challenge van Bloomberg
  • Neth-er, als aanjager in Europa van Nederlandse belangen op het gebied van onderwijs, onderzoek en innovatie

Onderwijs/organisaties

  • Nieuwe MOOC’s beschikbaar – alhoewel er de laatste tijd ook scheurtjes verschijnen in de populariteit van MOOC’s
  • Nieuw (voor mij) ontdekt: het Montesquieu Instituut – Van Wetenschap naar Samenleving, met aankondiging van een Europees verkiezingsdebat over wetenschap en kenniseconomie
  • Ranking Top Universiteiten van de wereld via @CWTS. Meer Nederlandse universiteiten op de lijst
  • Internationale Interesse voor Utrecht Science Park, als kandidaat voor organisatie Internationaal Congres voor Science Parks
  • Veel aandacht van het World Economic Forum voor Afrika
  • Seminar Science Parks as breeding places for innovation

Ondernemers/startups

  • Veel aandacht voor Smart Factories via @NOM
  • Circular Economy Boostcamp: een initiatief om het aantal startups te stimuleren met een duurzaam verdienmodel
  • National Small Business Week in Amerika, van 12 tot 16 mei
  • Bedrijven bieden studenten beurzen aan in Topsector Energie. Het trekt nieuwe studenten aan en weet talent vast te houden

Samenwerkingsverbanden

  • Techniekpact krijgt als nieuwe voorzitter Doekle Terpstra. Doelstellingen van het techniekpact zijn het terugdringen van technische personeelstekort en het interesseren van leerlingen voor techniek
  • Dutch Technology Week 18-24 mei
  • Topsectoren realiseren meeste nieuwe banen in het MKB
  • 90% van de banen in de Creatieve Industrie in kleine bedrijven
  • Healthy Ageing Campus levert 65 banen op
  • @AgrimeetsDesign, Farm LAB over de betekenis van design voor de landbouw
  • OECD kritisch over Topsectoren beleid in Nederland – meer aandacht voor kleinschalige innovatie en HBO onderzoek
  • Programma Creatieve Topsector – Kennis Innovatie Mapping, voor financiering van onderzoeksprogramma’s in deze sector
  • Start van het Platform Buitenland Promotie Logistiek om de sector nog beter op de kaart te zetten in, je raadt het al, het buitenland, via @DinalogNews

Valorisatie

  • 13 mei Café van de Kleine Wetenschap door @UCFFryslan over Obesitas
  • Wetenschap ontmoet Pers, het evenement Bessensap waarin wetenschappers aan zo’n 400 journalisten vertellen over hun werk
  • The Gallery, nieuwe locatie voor kennisintensieve bedrijven in Twente

Financiering

  • @Douwenkoren blijft stug doorgaan met het organiseren van crowdfunding workshops
  • Er komt nieuw Innovatiefonds Noord-Nederland met als doel het ready-to-market maken van innovaties in het MKB
  • Noordelijke Financieringsdag via @NOM op 21 mei met medewerking van onder andere Jan Kees de Jager
  • Aandacht voor europese programma’s EFRO (innovatie) en Interreg (grensoverschrijdende samenwerking). Hierover wordt tijdens regionale bijeenkomsten informatie gegeven

Regionaal

  • Overzicht economische prestaties per regio in Elsevier via @LincoNH
  • Welke zijn de regionale vestigingsfactoren voor topsectoren via @OttoRaspe. Deze zijn urbanisatie- en lokalisatievoordelen, fysieke bereikbaarheid, internationale connectiviteit, de nabijheid van kennis (universiteiten) en de kwaliteit van de woonomgeving

Het is interessant te zien wat er zo allemaal gebeurt in het vakgebied. Het is bijna onmogelijk de ‘vakliteratuur’ bij te houden om dit alles te kunnen tegenkomen. Het is daarom enerverend er dagelijks bovenop te zitten via Twitter.

Succesvolle Samenwerking Onderwijs Bedrijfsleven: hoe?

Succes verzekerd! Die garantie kan niet worden gegeven maar de kans dat een samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven slaagt is groter wanneer je de samenwerking ziet en benaderd als een startende onderneming. Met dit als uitgangspunt werd vorige maand tijdens de General Assembly (Leeuwarden, 6 februari, van Hall Larenstein) van het platform Bèta Techniek (overkoepelend orgaan voor Centres of Expertise en Centra voor Innovatief Vakmanschap) een workshop georganiseerd die bij de deelnemers de methode van Steve Blank (@sgblank) introduceerde. Steve Blank gaat er van uit dat je je toekomstige klanten laat meedenken over de dienst of het produkt. En dat je niet eerst het produkt of de dienst ontwikkelt en vervolgens klanten gaat zoeken.

Samenwerking Onderwijs Bedrijfsleven als startup

In grote lijnen komt het neer op het volgende:

1)      Zie de samenwerking (publiek-private samenwerking of PPS) als een startup. In de filosofie van Blank wordt eerst een startup gebouwd alvorens je formeel begint als startende onderneming. Het businessplan is pas aan het eind van het proces aan de orde, wanneer de startup bewezen heeft levensvatbaar te zijn.

2)      Een startup zoekt naar (meestal) meerdere combinaties van klantengroepen en diensten/produkten (‘value proposition’). De link tussen deze twee is het antwoord op de vraag: wat is de behoefte die bij de klantengroep bestaat, of wat is het probleem van de klantengroep dat opgelost moet worden. Deze combinaties sluiten natuurlijk aan bij hetgeen de partijen met de PPS willen bereiken.

3)      Volgende vraag is: op welke manieren kan met de combinatie inkomen worden gegenereerd? Hoe kunnen we geld vragen voor de dienst of het produkt? In samenwerkingsverbanden gaat het uiteraard niet altijd om geld verdienen. Maar dan zal toch op een of andere manier bedacht moeten worden hoe resultaat gemeten kan worden. Als het niet om inkomen gaat wanneer is een PPS dan wel geslaagd?

4)      Ga met potentiële klanten praten om het concept te testen. Selecteer daarna eventueel combinaties die meeste kans van slagen hebben. En na gesprekken met toekomstige klanten en evaluatie van hun feedback kan besloten worden stap 2) te herhalen. Immers, wanneer blijkt dat er geen levensvatbare dienst of produkt is ontwikkeld het misschien nodig is de gekozen oplossing nog eens te heroverwegen.

5)      Steek pas na het voltooien van de startup energie in het schrijven van het businessplan. Deze stap werkt vaak verlammend als het het startpunt is van het proces maar kan snel worden afgerond als 1) tm 4) succesvol zijn afgerond.

Naast de drie bovengenoemde elementen (in bold) moeten nog andere andere aspecten worden benoemd. Deze zijn bijvoorbeeld: distributie (hoe krijg ik het produkt bij de klant), kosten, en marketing/communicatie (hoe breng ik de PPS onder de aandacht van mijn klanten).

Financieren van publiek-private samenwerking

Voor een PPS is financiering beschikbaar. Met als ultiem doel het onderwijs beter te laten aansluiten bij het bedrijfsleven is het Regionaal Investeringsfonds MBO beschikbaar. Er zijn ook fondsen voor initiatieven op HBO en universitair niveau. En uiteraard kan (een deel van) het project door een of meerdere partners worden gefinancierd. De oproep van het MBO fonds is om te kijken naar nieuwe vormen van samenwerking, dit te organiseren op regionaal niveau en te zoeken naar toegevoegde waarde voor alle partijen.

Nog meer kans van slagen

Dit laatste is belangrijk. Het heeft geen zin een project te starten wanneer niet elk van de partijen zal gaan profiteren van de resultaten van het project. Alleen dit kan er voor zorgen dat partijen zich volop zullen committeren aan de PPS.

Twee laatste aanbevelingen om te komen tot een succesvolle PPS zijn: begin simpel en let niet teveel op de structuur van het project of van de samenwerking. Het gaat erom in eerste instantie de kern van het project (een combinatie van klantengroep en ‘value proposition’)te realiseren. En gerealiseerd wil dan zeggen dat iedereen akkoord is met het concept. Daarmee bedoel ik de deelnemende partijen. Maar vooral ook de ‘klanten’ van de PPS. Het schrijven van het businessplan en het uitwerken van de structuur volgen dan vanzelf. En er moet iemand zijn die de kar gaat trekken. Dit kan iemand zijn die een van de partijen vertegenwoordigd of een externe kracht. Maar belangrijk is dat deze man/vrouw kan rekenen op steun van elk van de partijen.

Referenties

Regionaal Investeringsfonds MBO

Aanpak Publiek-Private Samenwerking – een minicursus

Een column van enkele maanden terug gaat dieper in op het opbouwen van een Startup:

‘How to Build a Startup’

De 4 P’s maar dan anders – MVO Ambitie 2020

Ambitie 2020 (zie referentie) is het initiatief van MVO Nederland om een forse stap te zetten naar een circulaire, inclusieve economie in 2020. Kort samengevat betekent dit een economie waarbij ieders talent (PEOPLE) en elke grondstof (PLANET) zorgvuldig worden ingezet. MVO legt de bal bij ondernemers en weet dat zij die alleen zullen oppikken wanneer innovatieve duurzame ambities ook een gezonde winst opleveren (PROFIT). Om het initiatief uit te rollen heeft Koning Willem Alexander tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst van MVO het PLATFORM Ambitie 2020 in gebruik genomen. Tegelijkertijd werd het rapport Ambitie 2020 gepubliceerd. Niet alleen bedrijven maar ook alle kennisinstellingen en overheden in Nederland kunnen hiermee aan de slag. Het plan biedt zoveel openingen, raakvlakken dat elke organisatie op zijn minst kan nadenken over de vraag wat dit voor hun eigen organisatie betekent. MVO heeft wat dat betreft de wind mee: 80% van de bedrijven en instellingen wil duurzaam ondernemen.

Check welk raakvlak jouw organisatie heeft met de thema's en issues in Ambitie 2020

Nederland als voorbeeld land

Met Ambitie 2020 wil MVO dat Nederland het voorbeeld in de wereld wordt van een circulaire en inclusieve economie. En via het platform initiatieven delen die zorgen voor een balans tussen people, planet en profit. Deze focus biedt bedrijven en organisaties veel kansen. En de urgentie is groot: grote vraagstukken als voedselvoorziening, energie, mobiliteit vragen nu aktie om oplossingen te vinden voor de toekomst.

Thema’s vastgesteld

Met het rapport Ambitie 2020 informeert MVO over het ‘huiswerk’ dat tot nu toe is gedaan. Uitgangspunt daarvoor was het rapport Vision 2020 van het World Business Council for Sustainable Development (WBCSD). Gekozen is een achttal inhoudelijke thema’s te kiezen die als focus dienen om te komen tot stappen om doelstellingen te gaan halen. Deze zijn:

Inhoudelijk thema’s

  • Water (stijgende vraag naar water, beschikbaarheid en kwaliteit van water)
  • Energie en klimaat (vraag naar energie, klimaatverandering)
  • Voedsel (beschikbaarheid van voedsel, uitputting landbouwgrond)
  • Werken (arbeidsomstandigheden, schaarste, disbalans)
  • Materialen en ecosystemen (omgaan met schaarse grondstoffen)
  • Gezondheid (toegang tot zorg, zorgsysteem onbetaalbaar)
  • Mobiliteit (slimmere, efficiëntere en zuinigere invulling van mobiliteit)
  • Basisbehoeften, menselijke ontwikkeling (voorzien in basisbehoeften)

Proces thema’s

  • Transparantie
  • Financiering
  • ICT
  • Communicatie en gedragsbeïnvloeding
  • Kennis en onderzoek
  • (Sociale) innovatie en businessmodellen

De proces thema’s bieden verschillende perspectieven op de inhoudelijke thema’s. Combinaties van (meerdere) inhoudelijke en proces thema’s zullen allerlei kansen gaan blootleggen waar bedrijven op kunnen inspringen. Het rapport bespreekt vervolgens zowel de inhoudelijke als de procesthema’s. Per thema worden issues benoemd en vervolgens oplossingsrichtingen. Daarna worden de rol van en de kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven genoemd. Tenslotte worden al bestaande initiatieven en best practices behandeld. En worden per issue de ambities genoemd, maar dan in zeer concrete vorm: welke zijn de Key Performance Indicators en hoe wordt verandering gemeten. Uiteraard zal het volgen van de KPI’s de basis vormen voor verantwoording in de toekomst.

Verdere stappen

Voor de komende maanden wil MVO in eerste instantie de thema’s verder inventariseren met behulp van de vele partners die zich hebben aangemeld. Daarna worden met bedrijven en organisaties concrete programma’s uitgewerkt. Tegelijkertijd blijft de ambitie om zoveel mogelijk bedrijven te betrekken in alle initiatieven en het aantal en impact van de ambities uit te breiden. Over een half jaar komt dan het tweede Ambitie 2020 rapport uit met voorstellen voor volgende concrete stappen. Bedrijven kunnen zich aanmelden als ambitiepartner en om deelprojecten op gang te helpen worden zogenaamde ambitie coalities gevormd. Alles om de gang er in te houden. En op het platform zijn ook de vorderingen te volgen, zowel als het gaat om bedrijven die zich nieuw aanmelden als de stappen die worden gezet in de verschillende projecten.

Conclusie

Al met al een mooie manier om vanuit de economische realiteit te werken aan duurzame doelstellingen. Voor alle partijen (ondernemers, onderwijs/onderzoek, overheid, maatschappelijke organisaties en het publiek) genoeg aanknopingspunten om hiermee aan de slag te gaan. En voor kennisinstellingen een mooie mogelijkheid om hun kennis tot waarde te brengen, waarbij men kan rekenen op breed draagvlak in de maatschappij. Een voordeel van deze aanpak is ook de bottom-up benadering. Alhoewel het kader is vastgelegd middels thema’s zijn het toch vooral de bedrijven zelf die over de brug moeten komen. Maar gezien het enthousiasme bij de publicatie van de plannen zal het daar niet aan liggen.

Referentie:

Ambitie 2020 – Nederland voorbeeld van een circulaire en inclusieve economie

Spectaculaire groei corporate accelerators

Vorig jaar heeft er een enorme groei plaatsgevonden in het aantal samenwerkingsverbanden tussen grote bedrijven en kleine of startende ondernemingen. De aard van de samenwerking is divers, van het genereren van ideeën, samen werken aan innovaties, tot het faciliteren van starters door de gevestigde bedrijven.

Open innovatie

De overtuiging bestaat dat innovatie sneller werkt in een open markt. In een situatie waarin de R&D van een bedrijf niet stopt bij de bedrijfspoort maar waar actief naar samenwerking wordt gezocht met anderen, voor het genereren van ideeën maar ook productontwikkeling met technologie die niet binnen het bedrijf beschikbaar is. Open innovatie maakt gebruik van de kennis van elk van de partijen en door nieuwe partners toe te voegen nemen de mogelijkheden alleen maar toe. Men stapt over van interne R&D naar ‘gedemocratiseerde’ innovatie waarbij iedere partij van belang is.

Grote bedrijven profiteren van creativiteit

Veel van de nieuwe uitvindingen ontstaan in kleine ondernemingen. Door gebrek aan logge bureaucratie kunnen zij sneller schakelen. Door samenwerking te zoeken profiteren bedrijven en ontstaat ideeën en innovatie binnen kleine teams. De meeste bedrijven zitten nog in het proces van aanpassing aan de digitale wereld en wat is een betere manier dan dit te doen met jonge, innovatieve bedrijven. En omdat ook de afdeling Corporate PR de voordelen ziet in de vorm van verbetering van het imago is het waarschijnlijk dat de groei in samenwerkingsverbanden zal doorzetten.

Kleine bedrijven van beschikbaarheid ‘resources’

Voor kleine bedrijven of startende ondernemingen zijn de voordelen nog groter. Zij krijgen toegang tot financiering, faciliteiten, technologie en kennis van het bedrijf. Daardoor kunnen zij eerder investeren in bijv. prototypes, hoeft in eerste instantie geen geld te worden besteedt aan machines en kunnen zij gebruik maken van de expertise van mensen binnen het grote bedrijf. En slaagt de opzet dan is het mogelijk, dankzij de beschikbare distributie- en verkoopkanalen, het product sneller in de markt te plaatsen. Kortom, voor startende ondernemingen is een ‘accelerator’ programma van een groot bedrijf een forse stap in de goede richting.

Wat is een goed programma?

Beide partijen moeten voordeel zien in de samenwerking. Met andere woorden: het partnerschap moet een win-win situatie zijn voor zowel de onderneming als de starter. Zonder een balans daarin zullen onderneming op termijn geen voordeel behalen die opwegen tegen de kosten. En zullen starters afhaken als ze merken dat ze worden ‘gebruikt’.

Ook moeten starters onafhankelijk moeten kunnen blijven met als doel de nieuwe onderneming succesvol te maken en op te schalen. Uiteraard kunnen ondernemingen altijd starters inlijven wanneer deze een uiterst succesvol product te hebben ontwikkeld. Daarvan zijn er in Sillicon Valley talloze voorbeelden.

Voorbeelden

Enkel ter illustratie hierbij een aantal typen van samenwerking met een voorbeeld.

Ideeën – sommige bedrijven houden de deur deels dicht maar beseffen wel dat voor sommige uitdagingen het goed is om ook externe partijen mee te laten denken. De engelse term is ‘ideation’. Een programma focust op het verwerven van nieuwe ideeën voor technologie, het business model en ander uitdagingen.

Challenges and Wants – Unilever

Creating an entrepreneurial culture – Intel

Investeringsprogramma’s of venture capital – hierbij gaat het daadwerkelijk om het financieren van de startende onderneming. Startende ondernemingen moeten al een zeker track-record hebben. De bedoeling van de investering is uiteindelijk wel een gezonde ROI.

Qualcomm venture

Partnerschap, samenwerking – deze zijn bedoeld om startende ondernemingen toegang te verschaffen tot intellectueel eigendom, verkoopkanalen, of markttoegang. Maar is zijn eenvoudigste vorm kan het ook gaan om kantoorruimte.

AT&T Foundry

Rol overheid

Uit onderzoek blijkt dat een regio is gebaat met een zekere balans tussen de aanwezigheid van grote bedrijven en startende ondernemingen. Daaruit ontstaan samenwerkingsverbanden die leiden tot innovaties en ook banen. Sterker nog – de meeste nieuwe banen ontstaat bij startende ondernemingen. Taak van de overheid is dus in de regio een balans te zoeken, en daar te stimuleren waar dat het meest nodig is. Of meer grote bedrijven aantrekken, of startende ondernemingen faciliteren, of samenwerking tussen beide te stimuleren.

Bronnen:

Corporations and Startups No Longer Strange Bedfellows

Every corporation needs an accelerator program

2013 – the year of the corporate accelerator?

Why some regions are more innovative than others

The Importance of Startups in Job Creation and Job Destruction

Internationalisering en innovatie

Met mijn achtergrond ben ik benieuwd naar de internationale context wanneer het gaat om samenwerking tussen partijen, met als doel kennisuitwisseling, valorisatie, innovatie en economische ontwikkeling. Internationalisering is meer dan alleen export. Ook import en buitenlandse investeringen doelen op internationalisering. Maar volledige internationalisering duidt erop dat alle taken binnen een bedrijf ook internationaal (kunnen) worden uitgevoerd. R&D is daar een goed voorbeeld van.  Om de juiste of beste kennis binnen te halen is het nodig over de grenzen te kijken.

5 o’s

Het ‘Triple Helix’ model zoals ik dat in een vorige column besprak kent de drie dimensies overheid, onderwijs en ondernemers maar spreekt verder niet expliciet over internationalisering. Het model wordt tegenwoordig uitgebreid naar 5 o’s. Bijvoorbeeld onderzoek en (maatschappelijke) organisaties worden als poot aan het model toegevoegd. Maar nog steeds blijft het een tweedimensionaal model waarin één of twee elementen meer een rol spelen. Internationalisering zou een extra, derde dimensie aan het ‘Triple Helix’ model kunnen geven.

Correlatie internationalisering en innovatie

Literatuurstudie geeft aan dat er onderzoek is gedaan naar het verband tussen innovatie systemen en internationalisering. Een onderzoek van Kafouros1 in de UK geeft aan dat niet alleen de grootte van een bedrijf en technologische mogelijkheden maar ook de mate van internationalisering positief is voor de innovatieve capaciteit van een bedrijf. En dit stelt bedrijven vervolgens weer in staat concurrentievoordeel op te bouwen. Ook Altomonte2 stelt in een onderzoek in 7 landen dat er sterk bewijs bestaat voor positieve correlatie tussen innovatie, internationalisering en productiviteit. De onderzoeker adviseert op nationaal en europees niveau het beleid voor innovatie en voor internationalisering niet apart te ontwikkelen maar juist te combineren.

Deze conclusie wordt overgenomen door Prince en Hessels3 in een studie van het Economisch Instituut Midden- en Kleinbedrijf. Deze studie komt met empirische voorbeelden uit de Nederlandse praktijk. Naar aanleiding hiervan is het voorstel om regelingen met als doel exportbevordering of internationalisering uit te breiden met modules voor innovatie. En anderzijds regelingen met als doel bevordering van innovatie uit te breiden met de mogelijkheid dit in internationale context uit te voeren. Carlsson4 voegt hier aan toe dat nationale organisaties die zich bezighouden met het stimuleren van innovatie hier vooral mee door moeten gaan ook al vindt de innovatie zelf steeds vaker in internationale context plaats.

Internationalisering als basis

Deze laatste 3 studies kijken vooral naar de inspanningen van overheid en instanties die zich bezighouden met bevordering van innovatie en/of internationalisering. Een studie van Wahid5 kijkt naar de rol van de mate van internationalisering bij bedrijven. Het resultaat van die studie zegt dat er positieve en significante relatie is tussen innovatie en de resultaten van een bedrijf. Internationalisering op zichzelf heeft een positief effect, ook is er invloed van internationalisering op de vorm en de kracht van de relatie tussen innovatie en bedrijfsresultaten. Analytisch gezien is het zo dat onderzoek naar verband tussen innovatie en bedrijfsresultaten geen zin heeft wanneer internationalisering niet in de analyse wordt meegenomen. Meer praktisch gezien, voor het management: inspanningen moeten niet alleen gericht zijn op innovatie maar ook op internationalisering, juist om maximaal te kunnen profiteren van de inspanning op het gebied van innovatie.

Internationalisering van projecten, altijd en overal

Kortom, voldoende aanleiding om de vele initiatieven en projecten op het gebied van valorisatie, en samenwerking onderwijs, overheid en ondernemers in internationale context te plaatsen. En daarmee bedoel ik dat programma managers bewust internationale partijen aan hun initiatief moeten toevoegen, ook al lijkt het project zich daar in eerste instantie niet voor te lenen. Denk zelf eens aan een aantal projecten, en bedenk dan of en zo ja, hoe de internationale paragraaf van het project is ingevuld.

1 Kafouros, M.I. and Buckley, P.J. and Sharp, J.A. and Wang, C.Q. (2008) The role of internationalization in explaining innovation performance. Technovation, 28 (1-2). pp. 63-74.

2 Altomonte, C., Aquilante, T., Békés, G. and Ottaviano, G. I.P. (2013), Internationalization and innovation of firms: evidence and policy. Economic Policy, 28: 663–700

3 Innovationalisering!?! – het mes snijdt aan twee kanten, door dr. Y.M. Prince en drs. S.J.A. Hessels, http://lyt.sr/khphl

4 Internationalization of innovation systems: A survey of the literature, Bo Carlsson

5 Innovation-Performance relationship: the moderating role of the Degree of Internationalization of a firm, Fazli Wahid