Kennis krijgt Kracht

Triple Helix op Twitter

Elke ochtend scroll ik door de twitterberichten van de personen, bedrijven en instellingen die ik volg op het gebied van Triple Helix, de 3 O’s, valorisatie, ofwel alles wat zich afspeelt op het raakvlak van overheid, onderwijs en onderzoek en ondernemingen.

Er gebeurt veel. Dit vakgebied is constant in ontwikkeling en dat vertaalt zich in vele interessante tweets met actuele informatie. Uiteraard een uitstekende manier om bij te blijven in het vakgebied. Om eens een overzicht te krijgen van wat er zich allemaal afspeelt, heb ik bij wijze van proef veel van de interessante onderwerpen van de afgelopen 14 dagen genoteerd. Deze wil ik graag met je delen.

Uiteraard is dit in vele opzichten een subjectieve selectie van onderwerpen. Allereerst kan ik niet iedereen volgen die er toe doet in het vakgebied. Ten tweede heb ik lang niet alles kunnen noteren omdat ik er per dag niet langer dan een half uur aan wil besteden. En ten derde is de bepaling van wat interessant  is, subjectief.

Maar het levert het volgend resultaat op:

Samenwerking universiteiten – bedrijven

  • TU/Eindhoven claimt succesvol te zijn in samenwerking met bedrijven
  • Universitair onderzoek moet anders georganiseerd volgens CTO’s van 11 grote bedrijven. Er wordt gesproken over ‘verkalkte’ universiteiten. Meer toepassingsgericht onderzoek, meer geld uit Europa. Maar ook: loskoppeling van onderwijs en onderzoek. Focus meer op maatschappelijke thema’s dan per sé op de Topsectoren

Overheid

  • Europees – Polen beleeft topdecennium dankzij EU
  • Aandacht voor Smart Cities
  • ‘Big ideas’ to make cities better als resultaat van de Mayors Challenge van Bloomberg
  • Neth-er, als aanjager in Europa van Nederlandse belangen op het gebied van onderwijs, onderzoek en innovatie

Onderwijs/organisaties

  • Nieuwe MOOC’s beschikbaar – alhoewel er de laatste tijd ook scheurtjes verschijnen in de populariteit van MOOC’s
  • Nieuw (voor mij) ontdekt: het Montesquieu Instituut – Van Wetenschap naar Samenleving, met aankondiging van een Europees verkiezingsdebat over wetenschap en kenniseconomie
  • Ranking Top Universiteiten van de wereld via @CWTS. Meer Nederlandse universiteiten op de lijst
  • Internationale Interesse voor Utrecht Science Park, als kandidaat voor organisatie Internationaal Congres voor Science Parks
  • Veel aandacht van het World Economic Forum voor Afrika
  • Seminar Science Parks as breeding places for innovation

Ondernemers/startups

  • Veel aandacht voor Smart Factories via @NOM
  • Circular Economy Boostcamp: een initiatief om het aantal startups te stimuleren met een duurzaam verdienmodel
  • National Small Business Week in Amerika, van 12 tot 16 mei
  • Bedrijven bieden studenten beurzen aan in Topsector Energie. Het trekt nieuwe studenten aan en weet talent vast te houden

Samenwerkingsverbanden

  • Techniekpact krijgt als nieuwe voorzitter Doekle Terpstra. Doelstellingen van het techniekpact zijn het terugdringen van technische personeelstekort en het interesseren van leerlingen voor techniek
  • Dutch Technology Week 18-24 mei
  • Topsectoren realiseren meeste nieuwe banen in het MKB
  • 90% van de banen in de Creatieve Industrie in kleine bedrijven
  • Healthy Ageing Campus levert 65 banen op
  • @AgrimeetsDesign, Farm LAB over de betekenis van design voor de landbouw
  • OECD kritisch over Topsectoren beleid in Nederland – meer aandacht voor kleinschalige innovatie en HBO onderzoek
  • Programma Creatieve Topsector – Kennis Innovatie Mapping, voor financiering van onderzoeksprogramma’s in deze sector
  • Start van het Platform Buitenland Promotie Logistiek om de sector nog beter op de kaart te zetten in, je raadt het al, het buitenland, via @DinalogNews

Valorisatie

  • 13 mei Café van de Kleine Wetenschap door @UCFFryslan over Obesitas
  • Wetenschap ontmoet Pers, het evenement Bessensap waarin wetenschappers aan zo’n 400 journalisten vertellen over hun werk
  • The Gallery, nieuwe locatie voor kennisintensieve bedrijven in Twente

Financiering

  • @Douwenkoren blijft stug doorgaan met het organiseren van crowdfunding workshops
  • Er komt nieuw Innovatiefonds Noord-Nederland met als doel het ready-to-market maken van innovaties in het MKB
  • Noordelijke Financieringsdag via @NOM op 21 mei met medewerking van onder andere Jan Kees de Jager
  • Aandacht voor europese programma’s EFRO (innovatie) en Interreg (grensoverschrijdende samenwerking). Hierover wordt tijdens regionale bijeenkomsten informatie gegeven

Regionaal

  • Overzicht economische prestaties per regio in Elsevier via @LincoNH
  • Welke zijn de regionale vestigingsfactoren voor topsectoren via @OttoRaspe. Deze zijn urbanisatie- en lokalisatievoordelen, fysieke bereikbaarheid, internationale connectiviteit, de nabijheid van kennis (universiteiten) en de kwaliteit van de woonomgeving

Het is interessant te zien wat er zo allemaal gebeurt in het vakgebied. Het is bijna onmogelijk de ‘vakliteratuur’ bij te houden om dit alles te kunnen tegenkomen. Het is daarom enerverend er dagelijks bovenop te zitten via Twitter.

MKB profiteert van Technologische Top Instituten

Op 4 april heeft minister Kamp de kamer geïnformeerd over de toekomst van de Technologische Top Instituten (TTI). De idee is haar succesfactoren (als daar zijn: gezamenlijke agenda, organiserend vermogen, meerjarig onderzoek, kenniscirculatie, betrokkenheid en netwerkfunctie, zowel nationaal als internationaal) te behouden voor, en in te bedden in de reguliere kennisinfrastructuur.

Met name het MKB zal gaan profiteren. Zij beschikken normaliter over onvoldoende menskracht om een rol van betekenis in TTI’s te spelen. Maar zij hebben wel behoefte en toegang tot de kennis zoals aangeboden in de bestaande kennisinfrastructuur.

TTI’s zijn altijd gepositioneerd als tijdelijk fenomeen ter bevordering van kennisuitwisseling, en daarmee innovatie en groei. Dat heeft zijn weerslag in de financiering van TTI’s (van tijdelijke aard) maar daarmee helaas ook in het (gebrek aan) vertrouwen vanwege de onzekere toekomst. Met het inbedden in Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI) kiest de regering voor een duurzame oplossing voor kennisontwikkeling, samenwerking, valorisatie, innovatie en groei.

Hieronder een samenvatting van de te nemen stappen zoals die vanuit de TTI’s zijn aangedragen om een geslaagde overgang naar de bestaande kennisinfrastructuur te maken.

  1. Meer MKB – Er komen duidelijk meer mogelijkheden voor innovatieve MKB bedrijven binnen de topsectoren. Juist het MKB is cruciaal voor innovatie en dus de versterking van de Nederlandse economie. Tweederde van de bedrijven in TKI’s zijn MKB bedrijven. Zij zullen via de bestaande kennisinfrastructuur beter toegang krijgen tot de expertise die is opgedaan in de TTI’s. Men zal profiteren van kenniscirculatie en betere toegang krijgen tot kennisinstellingen.
  2. Centrale rol Topconsortia voor Kennis en Innovatie – De Topconsortia voor Kennis en Innovatie vervullen een centrale rol als programmerende eenheden. Zij voeren activiteiten uit zoals het bijeenbrengen van partners uit de TTI’s, kenniscirculatie en valorisatie. Hierin wordt ook met name het MKB betrokken. Verder wordt gekeken naar Europese samenwerking. Er wordt volop gebruik gemaakt van de opgebouwde expertise en netwerken binnen de TTI’s. Door meer instroom van private R&D budget zal onzekerheid rondom financiering van publiek-private samenwerking afnemen. Daarnaast zijn afspraken gemaakt over intellectueel eigendom, fundamenteel versus toegepast onderzoek en zijn ‘best practices’ vastgesteld.
  3. Herschikking onderzoeksthema’s – Sommige sectoren zullen lopende onderzoeken meer gaan bundelen, andere zullen het aantal onderzoeksthema’s uitbreiden, en weer andere blijven op dezelfde voet doorgaan. Maar door nieuwe verbindingen aan te gaan, ontstaan nieuwe kansen en innovaties, ook voor bedrijven die zich over sectoren heen bewegen. Een voorbeeld van deze herschikking is de samenvoeging van de MKB loketten van de Sectoren Energie en Chemie. In de praktijk blijkt een dermate overlap dat het niet meer dan logisch is de kennis uit beide sectoren vanuit één loket aan te bieden.
  4. Internationaal – Er wordt ook over de grens gekeken. Aansluiting bij Europese onderzoeksprojecten is een van de redenen dit te doen. Maar er wordt uiteraard ook toegewerkt naar bronnen van financiering vanuit Europese hoek. De denken valt aan het nieuwe programma Horizon 2020. En door internationale aanwezigheid (kijk naar de aanwezigheid van de HTSM sector op de recente Hannover Messe) blijft Nederland ook uitdrukkelijk in beeld als grote speler op internationaal niveau, voor het oplossen van problemen op globaal niveau.
  5. Andere overheden en regio’s – Er wordt ook uitdrukkelijk gekeken naar samenwerking met andere overheden (ministeries, Europese overheid) en naar samenwerking met andere regio’s.
  6. Het instrumentarium – Er zal worden gekeken hoe op de meest effectieve manier kan worden samengewerkt. Welke samenwerkingsmodellen werken en sluiten goed aan bij de behoefte van de partners? Dit instrumentarium wordt steeds uitgebreid en aangepast. Te denken valt aan: termijnen van onderzoek, instapmomenten, meetellen in-kind bijdragen MKB, enz.
  7. Overgangsperiode – De overgang van TTI’s, en de inbedding van haar succesfactoren in TKI’s zal drie tot vier jaar in beslag nemen. Uiteraard faciliteert de overheid dit proces middels gerichte financiering en verlegging van prioriteiten binnen bestaande financieringsprogramma’s.

Grote zorgvuldigheid is gewenst om de continuïteit van lopende onderzoek te garanderen maar ook om er voor te zorgen dat de grote verworvenheden van TTI’s zoals genoemd in de eerste paragraaf blijven bestaan in de huidige kennisinfrastructuur.

Voor velen bekend maar toch nog even een overzicht van de negen topsectoren: tuinbouw en uitgangsmaterialen; agri & food; water; life sciences & health; chemie; high tech & smart materials; energie; logistiek en creatieve industrie.

Valorisatie: 6 vormen van ‘contact sport’

Knowledge Transfer1 wordt omschreven als ‘het brede pakket van werkzaamheden bedoeld ter ondersteuning van wederzijds voordeel opleverende samenwerkingsverbanden tussen onderwijs/onderzoek enerzijds en bedrijven en de publieke sector anderzijds’.

Het wordt gezien als een belangrijke drijvende kracht in het streven naar economische groei, het realiseren van maatschappelijke doelstellingen en maatschappelijk welzijn. Daartegenover worden inzichten opgedaan ‘in de praktijk’ door onderwijs/onderzoek gebruikt voor het vinden van nieuwe richtingen in onderzoek of vernieuwing in de aanpak van onderzoek.

Knowledgscrum001e Transfer is een ‘contact sport’; het werkt het best wanneer mensen elkaar daadwerkelijk ontmoeten om ideeën uit te wisselen, soms met behulp van serendipisme, en nieuwe mogelijkheden ontdekken.”, aldus Tim Minshall.

Vormen en varianten

Kennis transfer kent 6 vormen en vele afgeleide varianten, vaak een combinatie van 2 of meer vormen. Mensen, uitwisseling en spontaniteit zijn misschien wel de belangrijkste ingrediënten voor succesvolle valorisatie. Om daadwerkelijk stappen te zetten is het belangrijk een goede vorm voor de samenwerking te kiezen.

  1. Allereerst het belangrijkste onderdeel van elke samenwerking: mensen. Studenten die stage lopen bij bedrijven of in de publieke sector, of afgestudeerden die er aan de slag gaan hebben een belangrijke rol: hun taak is het ‘verversen van het bloed’ van een organisatie. Iedereen herkent het wel: de jonge student die tegen muren aanloopt of die wijsneus die denkt het beter te weten. Een teken dus dat er iets gebeurt: ‘verse’ kennis en ervaring worden uitgewisseld.
  2. Door het organiseren van allerlei soorten evenementen, het publiceren van onderzoek of het deelnemen aan netwerken hebben onderwijs- en onderzoeksinstellingen de mogelijkheid hun kennis te delen en door te geven aan bedrijven en de maatschappij. Een populaire vorm is bijvoorbeeld het wetenschapscafé waar rondom een bepaald thema discussie wordt georganiseerd.
  3. Om kennis uit te wisselen worden vaak onderzoeksovereenkomsten gesloten tussen onderwijs en bedrijven. Op die manier wordt er voor langere tijd samen gewerkt aan specifieke onderzoeksdoelen in specifieke velden. Bijvoorbeeld nieuwe materialen. Of sociale innovatie. Vaak wordt langdurige samenwerking expliciet gemaakt door het vestigen van kenniscentra.
  4. Onderwijsstaf wordt vaak ingezet voor het geven van advies aan bedrijven en de maatschappelijke sector. Ook het geven van training valt hier onder. Lectoren in het HBO worden aangesteld met dit onderdeel als basis van het lectoraat. Bedrijven zoeken tegenwoordig gericht naar de juiste consultant in het onderwijsveld.
  5. Middels het afgeven van licenties worden langdurige relaties aangegaan met individuele bedrijven. Deze samenwerkingsvormen worden vastgelegd in licentie overeenkomsten. Onderwijs ontvangt deel van de inkomsten en bedrijven maken kennis te gelde die men anders nooit zou kunnen hebben ontwikkelen of verwerven.
  6. Soms lukt het niet kennis door een partner om te laten zetten in nieuwe producten. Of de kennis is zo uniek dat de kans om op basis hiervan een bedrijf te starten met beide handen wordt aangegrepen. Onderwijsinstellingen faciliteren dit proces door  studenten te onderwijzen op het gebied van ondernemen (hoe zet ik een startende onderneming op voor mijn idee), venture capital beschikbaar te stellen (banken passen er voor risicodragend kapitaal beschikbaar te stellen) en te werken met business angels. Hierbij worden ervaren ondernemers gevraagd (groepen van) studenten te begeleiden in het starten van hun ondernemening.

Knowledge Transfer Partnerships (KTP)

Elke vorm van Kennis Transfer krijgt handen en voeten in een partnerschap waarin afspraken worden vastgelegd. In een studie van het Engelse Council for Industry and Higher Education (CIHE) is een tiental aanbevelingen voor succesvolle partnerschappen vastgesteld. Deze aanbevelingen zijn gebaseerd op het rapport Key Attributes for Successful Knowledge Transfer Partnerships. Duidelijk is dat Kennis Transfer Partnerschappen (of publiekprivate samenwerking) een positief effect hebben op werkgelegenheid mede op basis van een hoog ROI.

Succesvolle KTP’s

Naast het feit dat Kennis Transfer, zoals vermeld aan het begin, als ‘contact sport’ moet worden gezien zijn er nog 3 andere voorwaarden voor succesvolle Kennis Transfer Partnerschappen.

  • Het is geen ‘zero cost’ activiteit. Elke partner moet zowel tijd, geld als mensen investeren om de samenwerking tot een succes te maken.
  • Het heeft vanuit elke partner actieve, praktische en tijdige steun nodig.
  • Niet alleen dat, maar partners moeten intern ook een sfeer van openheid en open innovatie creëren en stimuleren waarbinnen mensen de dialoog met de partner durven aan te gaan.

 

 

1De termen knowledge transfer, kennis transfer en valorisatie worden door elkaar gebruikt maar zijn in de context van deze column uitwisselbaar.

 

Kennis krijgt Kracht. Waarom?

Afgelopen weekend heb ik in één keer het boek van Simon Sinek, Start with Why, uitgelezen. Conclusie: het is van essentieel belang het waarom van je onderneming uit te kunnen leggen. Voor jezelf. Maar belangrijker nog – voor je volgers,  je klanten, je omgeving. Des te meer je verhaal aanspreekt, des te beter je het kunt uitleggen, hoe waardevoller je bent voor je omgeving. Je ‘scoort’ niet als je alleen maar doet. Je scoort vooral als je kunt uitleggen waarom je het doet.

Welke opdrachtgever of werkgever durft met je in zee te gaan als je het waarom van je onderneming niet kunt uitleggen? Daarbij gaat het verder dan alleen simpel te zeggen wat je verkoopt of aanbiedt. Volgens Sinek kopen mensen uiteindelijk het ‘waarom’ van je onderneming. Of anders gezegd, bedrijven met een duidelijk ‘waarom’ zijn succesvoller dan bedrijven die de nadruk leggen op ‘wat we doen’.

Als het waarom duidelijk is, en men gelooft er in dan komt dit de relatie met je netwerk ten goede. Deelt men je visie, en kun je dit steeds bevestigen met wat je doet dan kan dit zowel een bron van inspiratie zijn voor je netwerk als resulteren in loyaliteit aan jouw onderneming en aan jou als persoon.

Als je gaat voor een ‘goede zaak’, voor zingeving ga je niet alleen voor inspiratie en loyaliteit maar zul je mogelijk zelfs een gevoelige snaar weten te raken.

Dit zijn de redenen waarom ik heb besloten mij met Kennis krijgt Kracht te profileren.

Allereerst heb ik als HBO’er vele jaren met veel plezier gewerkt met wetenschappers. Stuk voor stuk mensen die tot de top behoren in hun wetenschapsveld. Niet alleen potentiële maar ook daadwerkelijk Nobelprijs winnaars. En het meest bijzondere: wetenschappers zijn erudiete mensen die graag hun werk maar ook hun persoonlijke interesses met je delen.

Wetenschap (=kennis) is bijna synoniem aan optimisme. De mensheid heeft veel aan wetenschap te danken. En de wetenschap heeft nog veel in petto. Kijk naar de Singularity University van Peter Diamandis. Of neem als voorbeeld de lezing van Bert Weckhuysen tijdens de recente TedxBinnenhof happening. Volgens hem ligt een oplossing voor het CO2 probleem in het verschiet. Ook de andere presentaties zaten vol optimisme.

Kennis is een schone zaak. Je kunt er op veel manieren naar kijken: filosofisch, wetenschappelijk, enz. De uitleg is bijna altijd positief. Neem bijvoorbeeld deze: kennis is het vermogen om informatie om te kunnen zetten in kwalitatief goede beslissingen.

Kennis is aanwezig in de persoon die het bezit. Maar kennis krijgt pas betekenis wanneer het gedeeld wordt met anderen. Sterker nog, door kennis met anderen te delen, neemt kennis toe. Niet alleen kennis uitwisselen maar meer kennis ontwikkelen door kennis met elkaar te delen. Kennis krijgt Kracht door samenwerking en uitwisseling.

Hier wil ik mee aan de slag. Ik wil graag kennis mee helpen ontwikkelen op het raakvlak van onderwijs, overheid en ondernemers (O3, Triple Helix). Daar wordt kennis ontwikkeld voor innovatie, groei en regionale ontwikkeling. En in toenemende mate om maatschappelijke problemen aan te pakken.

Een extra dimensie is de regio waarin die kennisuitwisseling plaatsvindt. Enerzijds werk ik bij voorkeur internationaal. Internationale samenwerking is goed voor nationale en regionale ontwikkeling. Anderzijds geeft dat de kans, een extra stimulans om aan de slag te gaan voor je eigen woonomgeving, waar dat ook is.

Kortom

Ik hoop dat het waarom van mijn keuze voor kennis als vakgebied, en Kennis krijgt Kracht als de manier om hier mee aan de slag te gaan, jou, en velen met jou, aanspreekt. Niet omdat ik het aan je ‘verkoop’ maar omdat je er in kunt vinden.

Sinek zegt daarover: “vertel mensen waarom je doet wat je doet en opvallende dingen gebeuren.” Door het vervolgens te vertalen in How (Kennis krijgt Kracht als zaak opbouwen) en What (aannemen en uitvoeren van opdrachten of werk) geef je daadwerkelijk invulling aan je waarom.

Misschien is mijn ultieme waarom om op deze manier bij te dragen aan een betere wereld voor mezelf, mijn gezin, mijn familie en vrienden, en eigenlijk voor iedereen.

Vandaar tot slot een passende quote van Wubbo Ockels: “We are all astronauts on spaceship Earth

 

@simonsinek, @singularityu, @PeterDiamandis, @TEDxBinnenhof, @Ockels

Na de verkiezingen: het beleid in uw gemeente

De verkiezingen zijn achter de rug. Colleges worden gevormd en straks komen nieuwe plannen voor de komende vier jaar. Maar waarop worden nu de beleidsplannen van de gemeenteambtenaren gebaseerd?

Binnen het raakvlak ondernemers, onderwijs en overheid staat Triple Helix1 voor alle interactie tussen die drie partijen met als doel het bevorderen van onderzoek, innovatie, economische concurrentiekracht en groei. In een vorige column heb ik al stilgestaan bij de oorsprong van het denken over samenwerking tussen deze 3 partijen. Als de Triple Helix wordt voorgesteld als een driehoek met een van de partijen op elke punt spreekt het voor zich dat er ook duale samenwerkingsverbanden zijn. De kern van de zaak ligt in dat geval in de relatie tussen twee partijen. In deze column besteedt ik aandacht aan de drie duale vormen van samenwerking. Voor de goede orde: in de netwerkeconomie spreekt het voor zich dat de derde Triple Helix partij toch altijd wel op een of andere manier betrokken zal zijn, zij het minder zichtbaar.

1)      “Knowledge Transfer Partnerships” tussen onderwijs en ondernemers (KTP)

Dit gaat over valorisatie van kennis of technologie. Een KTP kan zich op verschillende manieren manifesteren. Zo kan vanuit beide partijen gewerkt worden aan Research & Development. Er kan kennis te gelde worden gemaakt middels licentie’s of patenten. Maar er kan ook gedacht worden aan spin-offs waarbij kennis vanuit de universiteit in samenwerking met de partners wordt omgezet in nieuwe bedrijven. Op grotere schaal kun je vervolgens denken aan accelerators waarbij ideeën versneld in produkten worden uitgewerkt, of science parks.

Drie belangrijke factoren blijken nodig voor succesvolle KTP’s.

  • Ten eerste, het is een samenwerking waar kosten mee gemoeid zijn. Ook kost het moeite en tijd om het te laten werken.
  • Ten tweede is het een ‘contactsport’, het werkt het beste wanneer mensen elkaar ontmoeten om ideeën uit te wisselen, en nieuwe kansen te ontdekken.
  • Ten derde, het heeft praktische, tijdige en actieve steun nodig op institutioneel niveau – zowel binnen het bedrijf als de universiteit – en heeft baat bij een cultuur van openheid.

Overheid

De rol die in eerste instantie wordt bedacht voor de overheid is die van een sturend, regelgevend orgaan. Met beleid op allerlei gebied bepaalt de politiek de kaders waarbinnen moet worden gewerkt. En om te handhaven wordt dit vastgelegd in regels. Maar de relatie tussen overheid en ondernemers of onderwijs kan ook anders. In termen van samenwerking.

2)      Publiek-Private samenwerking tussen overheid en ondernemers

Op allerlei terreinen probeert de overheid haar doelstellingen te realiseren door (tijdelijke) samenwerking met het bedrijfsleven aan te gaan. Vaak met als doel de traditionele aanbesteding te ‘omzeilen’ en met de partners op een creatieve manier te kunnen samenwerken. En dat is dan nodig omdat er naast het directe belang van het realiseren van een gezamenlijk project ook een maatschappelijk doel gerealiseerd moet worden. Zo kan het zijn dat een renovatieproject in een bestaande, oude wijk zodanig invloed heeft op de leefomgeving dat een eenvoudige gunning van het project aan een aannemer niet recht zou doen aan de complexiteit van de situatie. Sterker nog, het bedrijfsleven zal er baat bij hebben zich als team van bedrijven te profileren om zodoende alle kennis binnen huis te kunnen hebben. Er wordt meestal gekozen om voor de uiteindelijke realisatie van een project alle partijen bijeen te brengen in een semi-permanente publiek-private samenwerking.

3)      Kennisintensieve beleidsontwikkeling (onderwijs en overheid)

En toen ontving ik de uitnodiging voor het Kennis en Beleid Congres 2014. Volgens de organisatie, ScienceWorks, wordt wetenschappelijke kennis minstens zoveel benut bij ministeries, provincies en gemeenten, als voor patenten, startups en technologische innovatie. Het congres heeft als thema Kennisintensieve Beleidsontwikkeling in de Praktijk. Eigenlijk is er niets nieuws onder de zon. Of kennis nu wordt ingezet voor bedrijven of voor de overheid, daar zit geen verschil in. Natuurlijk wel in de doelstelling van de ontvanger van de kennis of het type kennis. Het achterliggende verdienmodel zal voor de kennisinstelling uiteraard ook anders zijn. Op het congres wordt stilgestaan bij Interne Organisatie van Kennisintensief Beleid en Effectief Gebruik van Externe Kennis.

Wat betreft punt 3 wil ik u de column van het Rathenau instituut niet onthouden, dat toevallig deze week verscheen en gaat over gebruik van wetenschappelijk kennis voor het bepalen van beleid op grote maatschappelijke vraagstukken. Zoals klimaatverandering.

Wel iets anders dan gebruik van kennis voor het bepalen van beleid op lokaal niveau. Maar dat is net zo belangrijk. We zijn er tenslotte weer voor naar de stembus geweest.

The Triple Helix Association

Formule voor succes: (Sociale Innovatie)²

Sociale innovatie is in het nieuws. Uit een onderzoek van de Innovatie Monitor van de Erasmus Universiteit (o.l.v. Henk Volberda, hoogleraar Strategisch Management en Ondernemingsbeleid) blijkt dat er veel te winnen valt met sociale innovatie. Woensdag werd dit toegelicht bij WNL op TV. En eerder bij de Toekomstmakers op RTLz. Maar wat is sociale innovatie nou eigenlijk? Een aantal links op de website van het AWT zou hier antwoord op kunnen geven maar er kwamen twee definities naar voren. Internationaal wordt er kennelijk verschillend over gedacht.

Social innovation in de USA

Zo definieert het toonaangevende Stanford Centre for Social Innovation het als volgt: een nieuwe oplossing bedenken voor een maatschappelijk probleem. De nieuwe oplossing zal efficiënter, effectiever en meer duurzaam zijn. En social innovation creëert waarde voor de maatschappij als geheel en niet voor een selecte groep aandeelhouders. Het innovatieve zit ‘m in de focus op het vinden van ideeën en nieuwe oplossingen die waarde creëren, en de focus op de processen.

Sociale innovatie op z’n Amerikaans wordt gedaan door en/of resulteert in Social Enterprises. Dit soort ondernemingen hebben een maatschappelijk doel en gaan voor impact in de maatschappij. De winst wordt gedeeld onder medewerkers. En de bedrijven streven ernaar om financieel onafhankelijk te opereren. Tenslotte worden dit soort bedrijven gekenmerkt door een hoog niveau van innovatie en sterke groei.

Sociale innovatie in Nederland (en Europa)

Dan praten we over een heel ander terrein. Een definitie: “Een vernieuwing van de wijze waarop het werk in ondernemingen is georganiseerd, en wel op zodanige wijze dat zowel arbeidsproductiviteit als kwaliteit van arbeid daarbij gebaat zijn.” Voìla, een heel ander verhaal.

Kenmerken van sociale innovatie volgens deze definitie zijn de volgende: bedrijven trachten te werken met een plattere organisatie. Het meedenken van de medewerker wordt gestimuleerd. Over het algemeen werken bedrijven flexibeler en wordt meer gedacht in termen van co-creatie. Intern maar ook met externe partners. De innovatie richt zich op de medewerkers en op de manier van werken tussen medewerkers.

Ook dat leidt tot winst. De arbeidsproductiviteit in de bedrijven gaat omhoog, het serviceniveau naar de klant verbeterd en de klantentevredenheid stijgt. Dat dit in alle opzichten de resultaten van het bedrijf in positieve zin in de kaart spelen mogelijk duidelijk zijn.

Economische of maatschappelijke kijk op de zaak

Alhoewel er in de Europese definitie van sociale innovatie ook aandacht is voor de maatschappelijke rol van de onderneming, zou je toch meer van een economische definitie van de term kunnen spreken. Immers, de inzet van sociale innovatie beoogt primair de verbetering van de resultaten van het bedrijf. In de Amerikaanse context heeft sociale innovatie meer een maatschappelijke betekenis. Niet de winst maar de doelstelling van het bedrijf geeft aan dat het om een sociaal innovatief bedrijf gaat. In Amerika delen de werknemers in de winst, in Europa verbetert de rol van de werknemer in het bedrijf maar dit hoeft nog niet te betekenen dat ze ook delen in de winst.

Interessante combinatie

Wat opvalt is dat in beide gevallen wordt gesproken over een sterke verbetering van de resultaten. Of je nu een maatschappelijk doel nastreeft of je het bedrijf intern op een sociale innovatieve manier inricht: beide leiden tot meer omzet en winst.

In de volgende tabel heb ik de twee definities gecombineerd. Voor het gemak noem ik social innovation (Amerikaanse definitie) hier maatschappelijk doel.

Impact sociale innovatie

Impact sociale innovatie

Formule voor succes

Welke definitie de juiste is doet hier niet ter zake. Wel dient zich een interessante formule aan. Namelijk dat je de kans op succes van je bedrijf aanzienlijk verhoogt wanneer je én een maatschappelijk doel nastreeft én daarbij de medewerkers in alle opzichten (organisatorisch en financieel) bij betrekt. Dit wordt bevestigd door een artikel in Greenbiz dat concludeert dat een bedrijf dat een maatschappelijk doel nastreeft over een periode van 15 jaar financieel 14x beter scoort. Sociale innovatie in het kwadraat vermenigvuldigt in zekere zin de kansen voor succes voor een bedrijf.

Geraadpleegd: Erasmus Innovatie Monitor

@HenkVolberda, @WNLvandaag, @adviesraadWI, @Toekomstmakers, @RTLZ, @MVO_NL

Succesvolle Samenwerking Onderwijs Bedrijfsleven: hoe?

Succes verzekerd! Die garantie kan niet worden gegeven maar de kans dat een samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven slaagt is groter wanneer je de samenwerking ziet en benaderd als een startende onderneming. Met dit als uitgangspunt werd vorige maand tijdens de General Assembly (Leeuwarden, 6 februari, van Hall Larenstein) van het platform Bèta Techniek (overkoepelend orgaan voor Centres of Expertise en Centra voor Innovatief Vakmanschap) een workshop georganiseerd die bij de deelnemers de methode van Steve Blank (@sgblank) introduceerde. Steve Blank gaat er van uit dat je je toekomstige klanten laat meedenken over de dienst of het produkt. En dat je niet eerst het produkt of de dienst ontwikkelt en vervolgens klanten gaat zoeken.

Samenwerking Onderwijs Bedrijfsleven als startup

In grote lijnen komt het neer op het volgende:

1)      Zie de samenwerking (publiek-private samenwerking of PPS) als een startup. In de filosofie van Blank wordt eerst een startup gebouwd alvorens je formeel begint als startende onderneming. Het businessplan is pas aan het eind van het proces aan de orde, wanneer de startup bewezen heeft levensvatbaar te zijn.

2)      Een startup zoekt naar (meestal) meerdere combinaties van klantengroepen en diensten/produkten (‘value proposition’). De link tussen deze twee is het antwoord op de vraag: wat is de behoefte die bij de klantengroep bestaat, of wat is het probleem van de klantengroep dat opgelost moet worden. Deze combinaties sluiten natuurlijk aan bij hetgeen de partijen met de PPS willen bereiken.

3)      Volgende vraag is: op welke manieren kan met de combinatie inkomen worden gegenereerd? Hoe kunnen we geld vragen voor de dienst of het produkt? In samenwerkingsverbanden gaat het uiteraard niet altijd om geld verdienen. Maar dan zal toch op een of andere manier bedacht moeten worden hoe resultaat gemeten kan worden. Als het niet om inkomen gaat wanneer is een PPS dan wel geslaagd?

4)      Ga met potentiële klanten praten om het concept te testen. Selecteer daarna eventueel combinaties die meeste kans van slagen hebben. En na gesprekken met toekomstige klanten en evaluatie van hun feedback kan besloten worden stap 2) te herhalen. Immers, wanneer blijkt dat er geen levensvatbare dienst of produkt is ontwikkeld het misschien nodig is de gekozen oplossing nog eens te heroverwegen.

5)      Steek pas na het voltooien van de startup energie in het schrijven van het businessplan. Deze stap werkt vaak verlammend als het het startpunt is van het proces maar kan snel worden afgerond als 1) tm 4) succesvol zijn afgerond.

Naast de drie bovengenoemde elementen (in bold) moeten nog andere andere aspecten worden benoemd. Deze zijn bijvoorbeeld: distributie (hoe krijg ik het produkt bij de klant), kosten, en marketing/communicatie (hoe breng ik de PPS onder de aandacht van mijn klanten).

Financieren van publiek-private samenwerking

Voor een PPS is financiering beschikbaar. Met als ultiem doel het onderwijs beter te laten aansluiten bij het bedrijfsleven is het Regionaal Investeringsfonds MBO beschikbaar. Er zijn ook fondsen voor initiatieven op HBO en universitair niveau. En uiteraard kan (een deel van) het project door een of meerdere partners worden gefinancierd. De oproep van het MBO fonds is om te kijken naar nieuwe vormen van samenwerking, dit te organiseren op regionaal niveau en te zoeken naar toegevoegde waarde voor alle partijen.

Nog meer kans van slagen

Dit laatste is belangrijk. Het heeft geen zin een project te starten wanneer niet elk van de partijen zal gaan profiteren van de resultaten van het project. Alleen dit kan er voor zorgen dat partijen zich volop zullen committeren aan de PPS.

Twee laatste aanbevelingen om te komen tot een succesvolle PPS zijn: begin simpel en let niet teveel op de structuur van het project of van de samenwerking. Het gaat erom in eerste instantie de kern van het project (een combinatie van klantengroep en ‘value proposition’)te realiseren. En gerealiseerd wil dan zeggen dat iedereen akkoord is met het concept. Daarmee bedoel ik de deelnemende partijen. Maar vooral ook de ‘klanten’ van de PPS. Het schrijven van het businessplan en het uitwerken van de structuur volgen dan vanzelf. En er moet iemand zijn die de kar gaat trekken. Dit kan iemand zijn die een van de partijen vertegenwoordigd of een externe kracht. Maar belangrijk is dat deze man/vrouw kan rekenen op steun van elk van de partijen.

Referenties

Regionaal Investeringsfonds MBO

Aanpak Publiek-Private Samenwerking – een minicursus

Een column van enkele maanden terug gaat dieper in op het opbouwen van een Startup:

‘How to Build a Startup’

De 4 P’s maar dan anders – MVO Ambitie 2020

Ambitie 2020 (zie referentie) is het initiatief van MVO Nederland om een forse stap te zetten naar een circulaire, inclusieve economie in 2020. Kort samengevat betekent dit een economie waarbij ieders talent (PEOPLE) en elke grondstof (PLANET) zorgvuldig worden ingezet. MVO legt de bal bij ondernemers en weet dat zij die alleen zullen oppikken wanneer innovatieve duurzame ambities ook een gezonde winst opleveren (PROFIT). Om het initiatief uit te rollen heeft Koning Willem Alexander tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst van MVO het PLATFORM Ambitie 2020 in gebruik genomen. Tegelijkertijd werd het rapport Ambitie 2020 gepubliceerd. Niet alleen bedrijven maar ook alle kennisinstellingen en overheden in Nederland kunnen hiermee aan de slag. Het plan biedt zoveel openingen, raakvlakken dat elke organisatie op zijn minst kan nadenken over de vraag wat dit voor hun eigen organisatie betekent. MVO heeft wat dat betreft de wind mee: 80% van de bedrijven en instellingen wil duurzaam ondernemen.

Check welk raakvlak jouw organisatie heeft met de thema's en issues in Ambitie 2020

Nederland als voorbeeld land

Met Ambitie 2020 wil MVO dat Nederland het voorbeeld in de wereld wordt van een circulaire en inclusieve economie. En via het platform initiatieven delen die zorgen voor een balans tussen people, planet en profit. Deze focus biedt bedrijven en organisaties veel kansen. En de urgentie is groot: grote vraagstukken als voedselvoorziening, energie, mobiliteit vragen nu aktie om oplossingen te vinden voor de toekomst.

Thema’s vastgesteld

Met het rapport Ambitie 2020 informeert MVO over het ‘huiswerk’ dat tot nu toe is gedaan. Uitgangspunt daarvoor was het rapport Vision 2020 van het World Business Council for Sustainable Development (WBCSD). Gekozen is een achttal inhoudelijke thema’s te kiezen die als focus dienen om te komen tot stappen om doelstellingen te gaan halen. Deze zijn:

Inhoudelijk thema’s

  • Water (stijgende vraag naar water, beschikbaarheid en kwaliteit van water)
  • Energie en klimaat (vraag naar energie, klimaatverandering)
  • Voedsel (beschikbaarheid van voedsel, uitputting landbouwgrond)
  • Werken (arbeidsomstandigheden, schaarste, disbalans)
  • Materialen en ecosystemen (omgaan met schaarse grondstoffen)
  • Gezondheid (toegang tot zorg, zorgsysteem onbetaalbaar)
  • Mobiliteit (slimmere, efficiëntere en zuinigere invulling van mobiliteit)
  • Basisbehoeften, menselijke ontwikkeling (voorzien in basisbehoeften)

Proces thema’s

  • Transparantie
  • Financiering
  • ICT
  • Communicatie en gedragsbeïnvloeding
  • Kennis en onderzoek
  • (Sociale) innovatie en businessmodellen

De proces thema’s bieden verschillende perspectieven op de inhoudelijke thema’s. Combinaties van (meerdere) inhoudelijke en proces thema’s zullen allerlei kansen gaan blootleggen waar bedrijven op kunnen inspringen. Het rapport bespreekt vervolgens zowel de inhoudelijke als de procesthema’s. Per thema worden issues benoemd en vervolgens oplossingsrichtingen. Daarna worden de rol van en de kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven genoemd. Tenslotte worden al bestaande initiatieven en best practices behandeld. En worden per issue de ambities genoemd, maar dan in zeer concrete vorm: welke zijn de Key Performance Indicators en hoe wordt verandering gemeten. Uiteraard zal het volgen van de KPI’s de basis vormen voor verantwoording in de toekomst.

Verdere stappen

Voor de komende maanden wil MVO in eerste instantie de thema’s verder inventariseren met behulp van de vele partners die zich hebben aangemeld. Daarna worden met bedrijven en organisaties concrete programma’s uitgewerkt. Tegelijkertijd blijft de ambitie om zoveel mogelijk bedrijven te betrekken in alle initiatieven en het aantal en impact van de ambities uit te breiden. Over een half jaar komt dan het tweede Ambitie 2020 rapport uit met voorstellen voor volgende concrete stappen. Bedrijven kunnen zich aanmelden als ambitiepartner en om deelprojecten op gang te helpen worden zogenaamde ambitie coalities gevormd. Alles om de gang er in te houden. En op het platform zijn ook de vorderingen te volgen, zowel als het gaat om bedrijven die zich nieuw aanmelden als de stappen die worden gezet in de verschillende projecten.

Conclusie

Al met al een mooie manier om vanuit de economische realiteit te werken aan duurzame doelstellingen. Voor alle partijen (ondernemers, onderwijs/onderzoek, overheid, maatschappelijke organisaties en het publiek) genoeg aanknopingspunten om hiermee aan de slag te gaan. En voor kennisinstellingen een mooie mogelijkheid om hun kennis tot waarde te brengen, waarbij men kan rekenen op breed draagvlak in de maatschappij. Een voordeel van deze aanpak is ook de bottom-up benadering. Alhoewel het kader is vastgelegd middels thema’s zijn het toch vooral de bedrijven zelf die over de brug moeten komen. Maar gezien het enthousiasme bij de publicatie van de plannen zal het daar niet aan liggen.

Referentie:

Ambitie 2020 – Nederland voorbeeld van een circulaire en inclusieve economie

Spectaculaire groei corporate accelerators

Vorig jaar heeft er een enorme groei plaatsgevonden in het aantal samenwerkingsverbanden tussen grote bedrijven en kleine of startende ondernemingen. De aard van de samenwerking is divers, van het genereren van ideeën, samen werken aan innovaties, tot het faciliteren van starters door de gevestigde bedrijven.

Open innovatie

De overtuiging bestaat dat innovatie sneller werkt in een open markt. In een situatie waarin de R&D van een bedrijf niet stopt bij de bedrijfspoort maar waar actief naar samenwerking wordt gezocht met anderen, voor het genereren van ideeën maar ook productontwikkeling met technologie die niet binnen het bedrijf beschikbaar is. Open innovatie maakt gebruik van de kennis van elk van de partijen en door nieuwe partners toe te voegen nemen de mogelijkheden alleen maar toe. Men stapt over van interne R&D naar ‘gedemocratiseerde’ innovatie waarbij iedere partij van belang is.

Grote bedrijven profiteren van creativiteit

Veel van de nieuwe uitvindingen ontstaan in kleine ondernemingen. Door gebrek aan logge bureaucratie kunnen zij sneller schakelen. Door samenwerking te zoeken profiteren bedrijven en ontstaat ideeën en innovatie binnen kleine teams. De meeste bedrijven zitten nog in het proces van aanpassing aan de digitale wereld en wat is een betere manier dan dit te doen met jonge, innovatieve bedrijven. En omdat ook de afdeling Corporate PR de voordelen ziet in de vorm van verbetering van het imago is het waarschijnlijk dat de groei in samenwerkingsverbanden zal doorzetten.

Kleine bedrijven van beschikbaarheid ‘resources’

Voor kleine bedrijven of startende ondernemingen zijn de voordelen nog groter. Zij krijgen toegang tot financiering, faciliteiten, technologie en kennis van het bedrijf. Daardoor kunnen zij eerder investeren in bijv. prototypes, hoeft in eerste instantie geen geld te worden besteedt aan machines en kunnen zij gebruik maken van de expertise van mensen binnen het grote bedrijf. En slaagt de opzet dan is het mogelijk, dankzij de beschikbare distributie- en verkoopkanalen, het product sneller in de markt te plaatsen. Kortom, voor startende ondernemingen is een ‘accelerator’ programma van een groot bedrijf een forse stap in de goede richting.

Wat is een goed programma?

Beide partijen moeten voordeel zien in de samenwerking. Met andere woorden: het partnerschap moet een win-win situatie zijn voor zowel de onderneming als de starter. Zonder een balans daarin zullen onderneming op termijn geen voordeel behalen die opwegen tegen de kosten. En zullen starters afhaken als ze merken dat ze worden ‘gebruikt’.

Ook moeten starters onafhankelijk moeten kunnen blijven met als doel de nieuwe onderneming succesvol te maken en op te schalen. Uiteraard kunnen ondernemingen altijd starters inlijven wanneer deze een uiterst succesvol product te hebben ontwikkeld. Daarvan zijn er in Sillicon Valley talloze voorbeelden.

Voorbeelden

Enkel ter illustratie hierbij een aantal typen van samenwerking met een voorbeeld.

Ideeën – sommige bedrijven houden de deur deels dicht maar beseffen wel dat voor sommige uitdagingen het goed is om ook externe partijen mee te laten denken. De engelse term is ‘ideation’. Een programma focust op het verwerven van nieuwe ideeën voor technologie, het business model en ander uitdagingen.

Challenges and Wants – Unilever

Creating an entrepreneurial culture – Intel

Investeringsprogramma’s of venture capital – hierbij gaat het daadwerkelijk om het financieren van de startende onderneming. Startende ondernemingen moeten al een zeker track-record hebben. De bedoeling van de investering is uiteindelijk wel een gezonde ROI.

Qualcomm venture

Partnerschap, samenwerking – deze zijn bedoeld om startende ondernemingen toegang te verschaffen tot intellectueel eigendom, verkoopkanalen, of markttoegang. Maar is zijn eenvoudigste vorm kan het ook gaan om kantoorruimte.

AT&T Foundry

Rol overheid

Uit onderzoek blijkt dat een regio is gebaat met een zekere balans tussen de aanwezigheid van grote bedrijven en startende ondernemingen. Daaruit ontstaan samenwerkingsverbanden die leiden tot innovaties en ook banen. Sterker nog – de meeste nieuwe banen ontstaat bij startende ondernemingen. Taak van de overheid is dus in de regio een balans te zoeken, en daar te stimuleren waar dat het meest nodig is. Of meer grote bedrijven aantrekken, of startende ondernemingen faciliteren, of samenwerking tussen beide te stimuleren.

Bronnen:

Corporations and Startups No Longer Strange Bedfellows

Every corporation needs an accelerator program

2013 – the year of the corporate accelerator?

Why some regions are more innovative than others

The Importance of Startups in Job Creation and Job Destruction

9 redenen – actief communiceren over kennis en wetenschap

Iedereen is er langzamerhand van overtuigd dat de wetenschap uit haar ivoren toren moet komen. Enerzijds om de maatschappelijke investering in wetenschappelijk onderzoek en onderwijs te verantwoorden. Anderzijds om de resultaten in de vorm van nieuwe kennis te tonen. Die zijn er continu, voor iedereen, zichtbaar. Maar soms is het gewoon lastig de koppeling te leggen tussen ‘droge stof’ en de dagelijks voordelen. In de medische hoek ligt het meestal voor de hand maar wat valt er te zeggen over fundamenteel wiskundig onderzoek?

Om de doelstelling van een sterk en effectief onderzoekssysteem te bereiken heeft Science Europe1 actieve communicatie van wetenschap tot één van de speerpunten gemaakt, voor alle wetenschappers in Europa. Dit doet zij om een aantal actiepunten uit te voeren die tot doel hebben een sterk en effectief onderzoekssysteem in Europa te handhaven.

Vaak zien wetenschappers dit niet zitten. Het moet gedaan worden maar is niet hun ding. Vandaar dat universiteiten vandaag de dag wetenschapsvoorlichters aanstellen.

Valorisatie wordt meestal gezien als het in concrete munt omzetten van (wetenschappelijke) kennis. Maar voorlichten van het publiek over wat bereikt wordt met onderzoek en kennisontwikkeling is zeker ook een vorm van (maatschappelijke) valorisatie.

9 redenen

  • Het publiek bewust maken van de directe voordelen van wetenschap – wetenschap heeft soms een negatieve lading. Denk aan dierproeven of genetische manipulatie. Goede voorlichting kan op korte termijn wijzen op het onnoemelijke aantal van positieve resultaten van onderzoek en ontwikkeling maar ook werken aan verbetering van het imago van wetenschap op de langere termijn. Negatieve aspecten van wetenschappelijk onderzoek worden uitgelegd. Bij een overall positief imago van wetenschap zal dit sneller worden geaccepteerd.
  • Inzet van sociale media geeft het publiek de mogelijkheid haar zorgen over (wetenschappelijk) onderzoek te uiten – de opkomst van sociale media is mede te danken aan het feit dat dialoog mogelijk maakt. Het is tweerichtingsverkeer. Het stelt wetenschappers in staat te luisteren en te reageren op zorgen over onderzoek.
  • Bijdragen aan onderwijs – onderzoek en onderwijs vinden plaats in één en dezelfde instelling. Wisselwerking tussen de twee stelt universiteiten en Hbo-instellingen in staat het onderwijs aanbod continue aan te passen aan nieuwe inzichten die worden opgedaan in het onderzoek aan de instelling. Het curriculum blijft up-to-date. En onderzoekers leren hun activiteiten uit te leggen en toegankelijk te maken.
  • Uitdragen van wetenschappelijk beleid – alhoewel in dit geval niet wordt gesproken over de directe voordelen van (wetenschappelijk) onderzoek is het belangrijk het publiek ook te (blijven) informeren over het wetenschappelijke beleid, zowel in Europa als in Nederland. Op deze manier kan draagvlak worden verkregen en behouden. Niet alleen in passieve zin. Ook zodanig dat het publiek de noodzaak inziet en vraagt om wetenschappelijk onderwijs en onderzoek.
  • Vergroten transparantie – wetenschappelijk onderzoek of het wetenschappelijke systeem heeft meer impact dan alleen de concrete resultaten. Het heeft ook invloed op sociaaleconomische, culturele en andere vooruitgang. Vaak realiseert zich men niet dat de aanwezigheid van hoger onderwijsinstellingen in steden een belangrijke bijdrage levert aan andere dan wetenschappelijke ontdekkingen. Denk aan bedrijvigheid, creativiteit, cultuur, economische ontwikkeling, leefbaarheid, enz.
  • Openheid van de publieke sector – informatie over activiteiten in en om universiteiten, Hbo-instellingen en andere gerelateerde organisaties bevordert een cultuur van openheid en transparantie binnen stad, regio of land.
  • Toepassing van wetenschap – alhoewel een zekere incrowd zeker haar weg zal vinden, hetzij van binnen naar buiten (het te gelde maken van wetenschappelijke resultaten), hetzij van buiten naar binnen (het zoeken naar kennis om productontwikkeling in gang te zetten) zullen er door te informeren over resultaten van wetenschap nieuwe verbindingen ontstaan die weer zullen leiden tot onverwachte nieuwe toepassingen.
  • Informeren over ‘slecht nieuws’ wetenschap – niet alle wetenschap brengt goed nieuws. Ook resultaten die niet gunstig zijn, worden gepubliceerd. Denk aan klimaatverandering. Goede voorlichting kan discussie hierover kanaliseren en niet onnodig uit de hand laten lopen.
  • Informeren over onjuist wetenschappelijk gedrag – recent komen steeds vaker berichten naar buiten van onjuist handelen van wetenschappers. Denk aan Stapel, Nijkamp, Jansen Steur. Dit zijn incidenten die kunnen blijven gebeuren. Goede communicatie hierover helpt een en ander in perspectief te plaatsen.

Zie je nog andere redenen om (wetenschappelijke) kennis te ‘promoten’? Deel het door een reactie te plaatsen.

1Science Europe Roadmap, Part II Priority Action Areas  – December 2013